rtopbox-contact

rtopbox-nieuwsbrief

Maand archief: juli, 2018

Onderzoek seksuele ontwikkeling en opvoeding / LOVE-regels

Jonna de Jongh (4e jaars student Pedagogiek) heeft onderzoek gedaan bij Trias Pleegzorg naar het thema Seksuele ontwikkeling en seksuele opvoeding. Op 27 juni presenteerde zij haar onderzoek voor medewerkers van Trias Pleegzorg. Ze onderzocht welke behoeften of wensen pleegouders hebben omtrent het thema seksuele ontwikkeling van hun pleegkind. Er was ook aandacht voor seksueel overschrijdend gedrag. 

In het onderzoek beschrijft Jonna de LOVE regels die gebruikt kunnen worden bij seksuele opvoeding.
L = Let op je puber. O = Open communicatie. V = Voorbeeld geven. E = Er zijn voor je puber.

L – Welke vrienden heeft je pleegkind? Welke internetsites kijkt je kind? Is jouw kind verlief?

O – Start een gesprek op een geschikt moment. Stel open vragen.

V – Laat als ouders in een pleeggezin zien dat partners liefdevol met elkaar omgaan.

E – Besteedt echte aandacht aan je pleegkind. Laat merken dat je er bent als je kind je nodig heeft.

Een aantal resultaten:

  • In totaal hebben er 62 pleegouders (12%), deelgenomen aan een online onderzoek.
  • Bij 78% van de pleegouders is tijdens de opleiding (STAP) gesproken over SGOG.
  • 76% geeft aan dat ze informatie makkelijk kunnen vinden bij Trias  seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGOG).
  • 42% kent het vlaggensysteem (het vlaggensysteem is een hulpmiddel of methode om seksueel gedrag te duiden als passend in normale ontwikkeling en passend bij de leeftijd, of om het te duiden als afwijkend).
  • 10% van de pleegouders heeft wel eens gewerkt met het vlaggensysteem.
  • 44% geeft aan dat SGOG geen rol speelt in de plaatsing.
  • 56% heeft een behoefte aan kennis op het gebied van SGOG, behoefte aan (digitale) informatie.
  • 40% heeft behoefte aan het ontwikkelen van vaardigheden op het gebied van SGOG. Met name behoefte om te kunnen signaleren. Eventueel behoefte aan hulpmiddelen om met een jongere in gesprek te gaan.
  • 25% heeft geen behoefte aan gesprekken over SGOG tijdens de pleegouder ondersteuning (evaluaties of huisbezoeken).
  • 34% heeft behoefte aan extra informatie over seksuele ontwikkeling.

Jonna de Jongh doet een aantal aanbevelingen aan de pleegzorg om de ondersteuning op het gebied van seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag te verbeteren. Trias Pleegzorg gaat naar deze aanbevelingen kijken en verbeterpunten vaststellen.

Verhalen over de zorg voor pleegkinderen met
een verleden van seksueel misbruik:

Het schip niet willen laten stranden

Meer informatie: Eric Lieben, Trias


Sportpedagoog Rienk vertelt:

Sport en bewegen zijn belangrijke onderdelen van de behandeling en ondersteuning van Trias en kunnen een positieve rol spelen in de persoonlijke ontwikkeling van kwetsbare jongeren.

Bij een sport- en beweegtraject worden doelen met behulp van een sportpedagoog/coach een sportieve wijze ingevuld in een toekomstplan, of worden doelen in een bestaand toekomstplan op een sportieve wijze behaald.

Sportpedagoog Rienk vertelt:

Om een sportpedagoog in te kunnen zetten is een beetje affiniteit met bewegen prettig en moet een kind zich bewust zijn van de doelen waaraan gewerkt gaat worden. Maar voor Rienk zijn twee andere startvoorwaarden het belangrijkst zoals het creëren van een veilige setting. Rienk: “Waar voelt het kind zich het meest prettig? Daar ben ik altijd erg naar op zoek. Ik probeer ook zoveel mogelijk in samenspraak met het kind te doen en maak het medeverantwoordelijk. Om te toetsen of ik met mijn aanpak op de juiste weg zit gebruik ik voor en na de sessie de vragenlijsten ORS-SRS*. Zonodig kan ik mijn aanpak dan bijstellen.” Een andere belangrijke voorwaarde is de betrokkenheid van ouders, zodat de tips en trucs uit de zaal thuis ook worden toegepast. “Het traject is principe individueel maar waar het kan probeer ik systemisch te werken en neem ik af en toe een broertje, zusje of een ouder mee de sportzaal in.“

Als sportpedagoog breng je een kind letterlijk in beweging. De gesprekken komen dan vanzelf, want je sluit aan bij hun belevingswereld, ervaart Rienk. “Maar kinderen hoeven bij mij niet altijd te praten. Een activiteit kan ook non verbaal zijn. Als je een kind in een gesprek aan tafel vraagt wat het anders zou willen, is een antwoord vaak lastig. De vraag is abstract en vanuit het verleden geredeneerd. Maar als ik vanuit een activiteit, dus het heden, dezelfde vraag stel kun je met het kind de transfer maken: wat doe je als je iets niet leuk vindt? Hoe reageer je als zoiets op school gebeurt. Je biedt dan handvatten en alternatieven aan.“

Rienk haalt een voorbeeld aan van een jongen die moeite had met emotie-regulatie. Thuis is hij verbaal sterk aanwezig en op school loopt het ook niet lekker. “Om hem te leren rustig te worden doe ik uitdagende spelletjes met hem. Maar ik bied hem ook minder spannende activiteiten aan om te zien hoe hij met zulke situaties omgaat. Hij ervaart veel lessen op school namelijk als saai. Niet alle lesstof is even leuk en dat hoeft het ook niet te zijn. Dus observeer ik tijdens het ‘saaie spel’ hoe hij hier mee omgaat; haakt hij af, gaat hij vloeken, reageert hij het af op het spel, ben ik de boeman? Daarna bespreek ik zijn gedrag: je laat dit en dit zien, doe je dat ook zo in de klas? Nu houd je de activiteit wel vol, maar in de klas niet. Hoe zou je dat anders kunnen doen? Wat levert het je op als je het wel volhoudt: een hoger cijfer, je naam die in positieve zin genoemd wordt? Tijdens een activiteit ben ik voortdurend bezig om linkjes te leggen met de dagelijkse praktijk van het kind.”

* De ORS (Outcome Rating Scale)/SRS (Session Rating Scale) geeft een diagnose van het behandelproces van de client. De scores van de vragenlijst geven informatie over de gebieden waarop een behandelaar nog kan verbeteren.


Nieuw adres voor team Vechtdal

Ruim 15 jaar bood Trias vanuit locatie ‘De Klimboom’ aan de J.C.J. van Speykstraat in Hardenberg met veel enthousiasme dagbehandeling en (specialistische) opvoedondersteuning aan kinderen, jongeren en gezinnen in Dalfsen, Hardenberg en Ommen. Deze locatie wordt binnenkort afgebroken om plaats te maken voor het nieuwbouwproject ‘Hof van Hardenberg’. Daarom gaat team Vechtdal verhuizen.

Vanaf 30 juli is het nieuwe adres: Zwingel 9, 7772 SK in Hardenberg.

Ondersteuning bij opgroeien en opvoeden
Ook vanuit de nieuwe locatie biedt Trias (specialistische) ondersteuning bij opgroeien en opvoeden, bij voorkeur in het gezin of in de natuurlijke omgeving van het kind. Zoals:


Gezocht: vrijwilligers voor kleine klusjes en vervoer behandelgroepen Reggeberg

Bij de behandelgroepen op ‘De Reggeberg’ in Hellendoorn verblijven kinderen tussen de 7 en 15 jaar met diverse achtergronden en problematiek zoals autisme, ADHD, hechtingsstoornis of ODD.

Voor het vervoer van een aantal kinderen komt Trias graag in contact met mensen uit Hellendoorn en omgeving die hier iets in willen en kunnen betekenen.

Actuele oproepen:

  • Wie kan Luuk om om de 3 weken op de vrijdagmiddag om half 3 van Hellendoorn naar zijn weekend/vakantie gezin in Hattem brengen?
  • Wie kan Tim elke dinsdag en donderdag naar de voetbaltraining in Hellendoorn brengen en halen? De training is van 18.00-19.00 uur.
  • Wie kan er elke dinsdag voor zorgen dat Wouter om 16.30u in het zwembad Het Ravijn in Nijverdal is om zijn zwemdiploma te halen? En hem om 17.15 weer terugbrengt naar Hellendoorn.

 Ook zijn we op zoek naar mensen met groene vingers die ons willen helpen het terrein er weer gezellig uit te laten zien.

Vrijwilligers tekenen bij Trias een vrijwilligerscontract. Naast heel veel dankbaarheid bieden we een kilometervergoeding. Ook de aanvraagkosten van de vereiste VOG worden door Trias vergoed. Is er geen eigen vervoer beschikbaar, dan kan de vrijwilliger gebruik maken van het Trias personenbusje.

Voor meer informatie kunnen belangstellenden contact opnemen met Wendy of Esther van de behandelgroepen op de Reggeberg via kompas@trias-groep.nl
of (038) 456 46 00.


Pleegzorg standaard tot 21 jaar

Vanaf 1 juli 2018 is een bestuurlijke afspraak tussen de VNG, Jeugdzorg Nederland en het Rijk (VWS) van kracht die regelt dat pleegzorg voortaan standaard tot 21 jaar ingezet zal worden. Gemeenten, pleegzorgaanbieders en het Rijk vinden namelijk dat kinderen die in een pleeggezin opgroeien, net als jongeren die in het eigen gezin wonen, pas de stap naar zelfstandigheid hoeven te maken wanneer ze hiertoe in staat zijn. Met deze afspraak kunnen zij langer gebruik maken van de hulp en ondersteuning van het pleeggezin en de pleegzorgaanbieder bij de overgang naar volwassenheid.

Voor wie geldt de bestuurlijke afspraak?

Op alle nieuwe pleegzorgplaatsingen is de bestuurlijke afspraak automatisch van toepassing. Voor kinderen en jongeren die al in een pleegzorgtraject zitten en na 1 juli 2018 18 jaar worden, past de betrokken gemeente de leeftijd voor pleegzorg in de beschikking aan tot 21 jaar. Dit geldt ook voor pleegkinderen die op 1 juli 2018 al in een traject van verlengde pleegzorg zitten. Voor pleegkinderen die tussen 1 januari 2018 en 1 juli 2018 18 jaar zijn geworden en geen gebruik maken van verlengde pleegzorg (om wat voor reden dan ook) geldt dat de gemeente een pleegzorgtraject tot 21 jaar zal inzetten wanneer het pleegkind dit wil. Dit valt onder de wettelijke mogelijkheid van voortzetting van jeugdhulp binnen zes maanden na beëindigen van deze jeugdhulp (artikel 1.1 onder jeugdige van de Jeugdwet).

Na het 18e jaar kan de jongere zelf te allen tijde besluiten om pleegzorg beëindigen. Pleegzorg als vorm van verlengde jeugdhulp, zoals beschreven in de Jeugdwet, blijft mogelijk vanaf 21 jaar tot 23 jaar.

Jeugdzorg Nederland heeft de informatie over pleegzorg en de overgang naar volwassenheid op een rij gezet. 


Lotgenotengroep voor pleegkinderen

Met veel plezier en voldoening kijken wij terug op de acht ontmoetingen van de lotgenotengroep voor pleegkinderen. Wij hebben op deze bijeenkomsten van pleegkinderen en pleegouders reacties gevraagd.

Ervaringen van pleegkinderen zijn:
– ‘Ik zou er naar toe gaan omdat je over je gevoelens kunt praten
– ‘Er zijn kinderen die hetzelfde meegemaakt hebben als jij’
– ‘Ik vond het leuk en gezellig, andere pleegkinderen zouden daarom ook moeten
gaan’
– ‘De begeleiders zijn heel aardig en als je dan iets kwijt wilt, kan dit’
– ‘Als je iets vertelt, dan blijft het onder degene die het hebben verteld aan de
begeleidster’
– ‘Het is gezellig en je leert andere kinderen kennen’
– ‘Je speelt spelletjes en ging knutselen en als je thuis bent heb je iets leuks
te vertellen. Thuis heb je alles uit je hoofd. Je kunt je goed concentreren op school’
– ‘Ik vind het heel leuk bij de lotgenotengroep. Ik denk dat andere pleegkinderen dit
ook wel vinden, maar soms ook wel lastig’
– ‘Kom ook naar de lotgenotengroep als je dat wilt’

Ervaringen van de pleegouders:
– ‘Het heeft haar heel goed gedaan, ze had een beetje een familiegevoel.
Ze vond het fijn om te delen, dan was het uit haar hoofd’
– ‘We zien niet echt verandering voor dit moment. Ze ervaart er wel gezelligheid en
veiligheid en dat is voor ons ook belangrijk.’
– ‘Het was elke keer weer een ontspannende bezigheid, wat er ook werd besproken,
het bleef in de groep en niets is apart en je bent zoals je bent.
Ook werden haar ouders positief belicht. Ze vond het wel lastig om over haar
verleden te praten en sluit zich zelf af.
Maar wat hebben jullie haar toch zo mooi en fijn benaderd, dat het praten nu wat
makkelijker lijkt te gaan.
Wel had ze na sommige bijeenkomsten huilbuien en last van boosheid (ze lijkt
geen grip te hebben op de situatie. Ik ben echt trots op jullie, hoe jullie dit doen en
op ons pleegkind, dat ze het zo goed heeft opgepakt’

Wat fijn om deze reacties mee te kunnen nemen naar de volgende lotgenotengroep.
We nemen de tips ter harte en zien in de reacties het belangrijke aspect in de lotgenotengroep namelijk herkenning en erkenning.
Na de zomervakantie hopen wij met een volgende groep kinderen/jongeren te starten!

Gwendy en Hermanna
Voor meer informatie en aanmelden zie: www.tekenspoor.nl/gedeeld-verdriet


facebooktwitterlinkedInyoutubeemailhome