rtopbox-contact

rtopbox-nieuwsbrief

Auteur: Frederica Martens

Week van de pleegzorg van start: diverse activiteiten!

Van 31 oktober t/m 7 november is het de Week van de Pleegzorg. Met de jaarlijkse actieweek vraagt Pleegzorg Nederland aandacht voor het belang van pleegzorg. Op dit moment zijn er in Nederland ruim 19.000 pleegkinderen. Pleegouders zijn van onschatbare waarde én heel hard nodig, voor de pleegkinderen van nu maar ook die van de toekomst. Het doel is om 3.500 nieuwe pleegouders te werven.

Aftrap woensdagochtend 31 oktober

De Week van de Pleegzorg start op woensdagochtend 31 oktober tijdens de Pleeggrootouderdag in De Glind. Daarmee wordt het belang van deze waardevolle en belangrijke groep binnen de pleegzorg benadrukt. Want 16% van alle pleegouders zijn pleeggrootouder. 

De aftrap is in lijn met de sportieve insteek dit jaar en wordt verzorgd door ‘De spelers van Lucky Ajax’: Sjaak Swart, Simon Tahamata, John Bosman en Dick Schoenaker. Zij spelen een (mini) wedstrijd tegen een team van pleeggrootouders en pleegkleinkinderen.

Gast aan Tafel

Trias heeft in de Week van de Pleegzorg wethouders, raadsleden en beleidsmakers uitgenodigd mee te eten bij een pleeggezin of gezinshuis in hun gemeente. Meer dan 30 lokale politici en beleidsmakers gaven enthousiast gehoor aan de uitnodiging. Zij krijgen aankomende week op ludieke wijze een inkijkje in het dagelijkse reilen en zeilen van deze gezinsvervangende vormen van jeugdhulp. Het is de vierde keer dat Trias deze succesvolle actie organiseert. Het initiatief is inmiddels door verschillende collega-organisaties overgenomen.

Laatste informatieavond van campagne ‘Mag ik bij jou?!’

Aan het eind van de Week van de Pleegzorg sluit gemeente Kampen het campagnejaar ‘mag ik bij jou?! af met een informatieavond voor aspirant pleegouders in het stadhuis. Op verschillende plekken in Kampen is deze weken aandacht voor pleegzorg, zoals in het speciale boekenhoekje in de bieb, aan schoolhekken en in de (sociale) media.

Samenwerking Trias en Kindercentrum De Bieënkorf

In Wijhe heeft Trias binnen Kindercentrum De Bieënkorf een Dagbehandeling Jonge Kind. Francis Bruggeman is de pedagogisch medewerker van DJK KangaRoe. Op de website van de Bieënkorf licht zij de samenwerking met het kindcentrum toe:

Sommige kinderen op de opvang hebben wat meer begeleiding nodig dan de rest. Daarvoor is er een speciale groep op de Biëenkorf: KangaRoe. In dit groepje dat momenteel uit acht kinderen bestaat, worden de kinderen begeleid door Trias-medewerker Francis Bruggeman en José Middelkamp, pedagogisch medewerker van de Bieënkorf. “De KangaRoe-groep lijkt op een normale peuterwerkgroep met een dagelijkse routine,” vertelt Francis. “Maar het verschil met de andere groepen is dat elk KangaRoe-kindje zijn eigen behandelplan heeft.”

Observatie en behandeling 
De bedoeling van het groepje is om het kind, dat een bepaalde achterstand heeft, een inhaalslag te laten maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om taal, motoriek of sociale vaardigheden. Francis: “We leren de kinderen bepaalde vaardigheden aan, want het fijnste is natuurlijk als de kinderen hun achterstand inhalen. Het zijn peuters en kleuters die nog niet naar de basisschool gaan en aan de hand van observatie en behandeling bepalen we samen met de ouders welke school het beste past.”

In hetzelfde gebouw
Volgens Francis is het een groot voordeel dat de kinderen, die vanuit de reguliere groepen van de Bieënkorf zijn doorgestroomd naar KangaRoe, in hetzelfde gebouw blijven zitten. “Zo kunnen ze bij hun oude vertrouwde opvang blijven. Ze kennen het gebouw en de gezichten al en wij kennen hun vorige begeleiders van de Bieënkorf. Ook voor de ouders is het fijn dat hun kind dichtbij huis wordt behandeld. Voor de Bieënkorf zelf is het ook voordelig, want de pedagogisch medewerker van de Bieënkorf waarmee ik samenwerk, kan haar kennis en vaardigheden inzetten binnen de rest van de opvang.”

Mix met reguliere groepen
Het feit dat de KangaRoe-kinderen soms ‘gemixt’ worden met de reguliere groepen, is ook een voordeel. “Zo spelen de reguliere groepen vaak met z’n allen in een grote hal, wat voor een kind met een behandelplan soms heel veel prikkels kan geven. Door met dit kind juist te oefenen in deze situatie en hem of haar voorzichtig in dezelfde ruimte te laten spelen, kunnen we goed werken aan de doelen van het kind. En kunnen we observeren hoe hij functioneert in zo’n situatie. Het is heel zinvol dat we van deze situaties gebruik kunnen maken.”


Successen uit de zaal nemen de jongeren mee naar het leven buiten!

Al voor het negende jaar vervullen vier tot vijf Calo-studenten hun stage bij de behandelgroepen TriASScare. Hier bieden Trias en Accare gezamenlijk specialistische residentiële behandeling aan jongeren met een complexe stoornis in het Autisme Spectrum. De samenwerking tussen de behandelgroepen en de stagiaires is een win-win model: de studenten lichamelijke opvoeding van Hogeschool Windesheim doen twaalf maanden praktijkervaring op en de behandelgroepen krijgen de kans om met sport en psychomotorische therapie (PMT) te werken aan de behandeldoelen van de jongeren. Als bonus heeft de samenwerking Trias ook een aantal nieuwe collega’s opgeleverd; studenten die na het afronden van de Calo hun expertise graag verder in de jeugdhulp willen inzetten.

De studenten zijn allen eerstejaars en hebben bij aanvang van de stage zes maanden onderwijs achter de rug. Sommige van hen hebben al ervaring met lesgeven op de sportschool of kennis opgedaan in een vooropleiding in de sport. Zij kunnen meteen met de jongeren aan competenties werken. Anderen moeten er nog wat meer ingroeien. De stageperiode loopt door tot het midden van het tweede studiejaar.

Observeren

Pedagogisch medewerker Bert van Veen begeleidt de studenten. Met een studie CIOS en jarenlange ervaring als sportinstructeur bij Defensie past deze rol hem als een jas. Elke woensdagmiddag gaan de stagiaires met alle jongeren naar een sportzaal in de buurt van de behandelgroepen. Het team van pedagogisch medewerkers is er altijd bij. “Tijdens het sporten kunnen we met elkaar veel observeren.  Je ziet zoveel mooie dingen gebeuren in de zaal. Je ziet een jongere letterlijk en figuurlijk bewegen in de groep. En sommige situaties zijn best lastig om te handelen voor studenten, dan kunnen ik of mijn collega’s ingrijpen”, vertelt Bert.

Competentiegericht

De insteek van de samenwerking met de sportstudenten is competentiegericht. Dat betekent dat er in de sportzaal een directe link gelegd wordt tussen de doelen waaraan de jongeren vanuit hun behandelplan werken. “De invulling van de lessen laten we over aan de stagiaires, maar we reiken ze wel dingen aan en vragen ze bijvoorbeeld om een competentie bij een jongere te bedenken en hier in een cyclus van drie weken mee aan het werk te gaan. Vaak gaat het om competenties als samenwerken, durf, overleg, assertiviteit, doorzettingsvermogen”, licht Bert toe. “Vaardigheden waar ze in het gewone leven te kort aan komen. Communicatie is bijvoorbeeld lastig voor veel jongeren met een autismestoornis. Spelenderwijs leren we ze wat overleggen en samenwerken je kan opleveren. Bijvoorbeeld in een opdracht waarbij ze zich van de ene naar de andere kant van de zaal moeten verplaatsen zonder de grond te raken. Dit lukt alleen als je met elkaar praat en elkaar helpt.”

Link met het dagelijks leven

De studenten moedigen de jongeren aan om in de zaal dingen te doen die ze van te voren niet durfden. Met de ogen dicht touwtje springen met een groot touw, zo hoog mogelijk in de ringen schommelen, over een bewegende bank lopen zonder houvast, blind door de zaal vol obstakels bewegen. “Als het gaat om doorzettingsvermogen doen we bijvoorbeeld een circuittraining of we dagen de jongeren uit zo lang mogelijk aan ringen te blijven hangen. Na afloop bespreken we een activiteit altijd na. ‘Waarom gaf je op? Probeer eens beter te focussen en kijk wat er dan gebeurt’. Daarna proberen we een oefening nog een keer en eigenlijk zie je altijd dat het dan beter gaat. We leggen dan de link met hun dagelijkse leven en laten hen zien dat wanneer je focust de kans groter is dat je je doel behaalt. Successen uit de zaal nemen de jongeren mee naar het leven buiten de zaal.”

Meer informatie: Bert van Veen wythmenerhof@trias-groep.nl 


Onze eigen jongens zien haar echt als hun zusje! Pleegvader Bas vertelt.

Met twee gezonde kinderen (nu 7 en 10) en de wens voor een groot gezin verkenden Bas Lambers en Ester Ruijgers uit Dalfsen in eerste instantie de mogelijkheid van adoptie. Tot ze merkten dat er ook in Nederland kinderen zijn die een fijne plek nodig hebben en ze zich aanmelden voor de voorbereidingstraining voor pleegouders. Na elke cursusavond kwamen ze enthousiaster thuis. Pleegzorg past bij hen!

Goede begeleiding

Vier jaar geleden kwam hun eerste pleegkind; een jongetje van twee. Ondanks de verwachting dat dit een langdurige plaatsing zou worden, was de situatie van ouders na anderhalf jaar zodanig veranderd dat het jongetje terug naar huis ging. “Voor het kind is dat hartstikke mooi, maar wij moesten dit wel even verwerken”, vertelt pleegvader Bas. “Van te voren realiseer je niet wat voor impact dit heeft op je gezin. Gelukkig hadden wij een pleegzorgbegeleider die ons op alle fronten goed begeleidde, ook na het vertrek van ons pleegzoontje!”

Mooie samenwerking met moeder

“In de maanden die volgden zijn we zelf bewust richting onze zoontjes niet begonnen over een nieuwe plaatsing. Maar als snel vroeg de oudste wanneer er weer een pleegkindje kwam. Als een van de kinderen er niet achter zou staan, gingen we geen volgende plaatsing aan. Maar inmiddels is Joliena alweer twee jaar bij ons. Ze is bijna drie en mag bij ons opgroeien. Onze eigen jongens zien haar echt als hun zusje. Haar moeder is zich ervan bewust dat ze niet voor Joliena kan zorgen. Ze heeft zelf voor ons als pleeggezin voor haar dochter gekozen. Er is een gigantisch mooie samenwerking tussen ons!”

Pubers

“Naast de langdurige zorg voor Joliena staan we ook open voor vakantie-weekendpleegzorg van pubers. Onlangs hadden we een half jaar lang een pubermeisje in huis in aanloop naar een zelfstandige woonplek. Maar gedurende de periode dat zij bij ons was bleek haar rugzak veel voller dan gedacht en was intensievere ondersteuning nodig. Als zij thuis was blijven wonen zou dit waarschijnlijk niet gesignaleerd zijn. Nu is ze naar een goede vervolgplek. Een fijn idee dat we hieraan hebben kunnen bijdragen!”

Voor elkaar klaar staan

Ik vind het mooi om te zien wat onze eigen kinderen van pleegzorg oppikken; dat niet alle kinderen een zelfde fijne jeugd hebben en dat je voor elkaar klaar staat. Vorig jaar rond kerst verwoordde onze zoon het treffend; ‘Voor pleegkinderen zijn wij eigenlijk de herberg uit het kerstverhaal.’”

* Joliena is niet de echte naam en de gebruikte foto is een stockfoto.

Informatieavond pleegzorg

Dinsdag 9 oktober is er in het gemeentehuis van Dalfsen een vrijblijvende informatieavond voor potentiële pleegouders. Wees welkom en meld je HIER aan voor de bijeenkomst.


Sportpedagoog Rienk vertelt:

Sport en bewegen zijn belangrijke onderdelen van de behandeling en ondersteuning van Trias en kunnen een positieve rol spelen in de persoonlijke ontwikkeling van kwetsbare jongeren.

Bij een sport- en beweegtraject worden doelen met behulp van een sportpedagoog/coach een sportieve wijze ingevuld in een toekomstplan, of worden doelen in een bestaand toekomstplan op een sportieve wijze behaald.

Sportpedagoog Rienk vertelt:

Om een sportpedagoog in te kunnen zetten is een beetje affiniteit met bewegen prettig en moet een kind zich bewust zijn van de doelen waaraan gewerkt gaat worden. Maar voor Rienk zijn twee andere startvoorwaarden het belangrijkst zoals het creëren van een veilige setting. Rienk: “Waar voelt het kind zich het meest prettig? Daar ben ik altijd erg naar op zoek. Ik probeer ook zoveel mogelijk in samenspraak met het kind te doen en maak het medeverantwoordelijk. Om te toetsen of ik met mijn aanpak op de juiste weg zit gebruik ik voor en na de sessie de vragenlijsten ORS-SRS*. Zonodig kan ik mijn aanpak dan bijstellen.” Een andere belangrijke voorwaarde is de betrokkenheid van ouders, zodat de tips en trucs uit de zaal thuis ook worden toegepast. “Het traject is principe individueel maar waar het kan probeer ik systemisch te werken en neem ik af en toe een broertje, zusje of een ouder mee de sportzaal in.“

Als sportpedagoog breng je een kind letterlijk in beweging. De gesprekken komen dan vanzelf, want je sluit aan bij hun belevingswereld, ervaart Rienk. “Maar kinderen hoeven bij mij niet altijd te praten. Een activiteit kan ook non verbaal zijn. Als je een kind in een gesprek aan tafel vraagt wat het anders zou willen, is een antwoord vaak lastig. De vraag is abstract en vanuit het verleden geredeneerd. Maar als ik vanuit een activiteit, dus het heden, dezelfde vraag stel kun je met het kind de transfer maken: wat doe je als je iets niet leuk vindt? Hoe reageer je als zoiets op school gebeurt. Je biedt dan handvatten en alternatieven aan.“

Rienk haalt een voorbeeld aan van een jongen die moeite had met emotie-regulatie. Thuis is hij verbaal sterk aanwezig en op school loopt het ook niet lekker. “Om hem te leren rustig te worden doe ik uitdagende spelletjes met hem. Maar ik bied hem ook minder spannende activiteiten aan om te zien hoe hij met zulke situaties omgaat. Hij ervaart veel lessen op school namelijk als saai. Niet alle lesstof is even leuk en dat hoeft het ook niet te zijn. Dus observeer ik tijdens het ‘saaie spel’ hoe hij hier mee omgaat; haakt hij af, gaat hij vloeken, reageert hij het af op het spel, ben ik de boeman? Daarna bespreek ik zijn gedrag: je laat dit en dit zien, doe je dat ook zo in de klas? Nu houd je de activiteit wel vol, maar in de klas niet. Hoe zou je dat anders kunnen doen? Wat levert het je op als je het wel volhoudt: een hoger cijfer, je naam die in positieve zin genoemd wordt? Tijdens een activiteit ben ik voortdurend bezig om linkjes te leggen met de dagelijkse praktijk van het kind.”

* De ORS (Outcome Rating Scale)/SRS (Session Rating Scale) geeft een diagnose van het behandelproces van de client. De scores van de vragenlijst geven informatie over de gebieden waarop een behandelaar nog kan verbeteren.


Nieuw adres voor team Vechtdal

Ruim 15 jaar bood Trias vanuit locatie ‘De Klimboom’ aan de J.C.J. van Speykstraat in Hardenberg met veel enthousiasme dagbehandeling en (specialistische) opvoedondersteuning aan kinderen, jongeren en gezinnen in Dalfsen, Hardenberg en Ommen. Deze locatie wordt binnenkort afgebroken om plaats te maken voor het nieuwbouwproject ‘Hof van Hardenberg’. Daarom gaat team Vechtdal verhuizen.

Vanaf 30 juli is het nieuwe adres: Zwingel 9, 7772 SK in Hardenberg.

Ondersteuning bij opgroeien en opvoeden
Ook vanuit de nieuwe locatie biedt Trias (specialistische) ondersteuning bij opgroeien en opvoeden, bij voorkeur in het gezin of in de natuurlijke omgeving van het kind. Zoals:


Gezocht: vrijwilligers voor kleine klusjes en vervoer behandelgroepen Reggeberg

Bij de behandelgroepen op ‘De Reggeberg’ in Hellendoorn verblijven kinderen tussen de 7 en 15 jaar met diverse achtergronden en problematiek zoals autisme, ADHD, hechtingsstoornis of ODD.

Voor het vervoer van een aantal kinderen komt Trias graag in contact met mensen uit Hellendoorn en omgeving die hier iets in willen en kunnen betekenen.

Actuele oproepen:

  • Wie kan Luuk om om de 3 weken op de vrijdagmiddag om half 3 van Hellendoorn naar zijn weekend/vakantie gezin in Hattem brengen?
  • Wie kan Tim elke dinsdag en donderdag naar de voetbaltraining in Hellendoorn brengen en halen? De training is van 18.00-19.00 uur.
  • Wie kan er elke dinsdag voor zorgen dat Wouter om 16.30u in het zwembad Het Ravijn in Nijverdal is om zijn zwemdiploma te halen? En hem om 17.15 weer terugbrengt naar Hellendoorn.

 Ook zijn we op zoek naar mensen met groene vingers die ons willen helpen het terrein er weer gezellig uit te laten zien.

Vrijwilligers tekenen bij Trias een vrijwilligerscontract. Naast heel veel dankbaarheid bieden we een kilometervergoeding. Ook de aanvraagkosten van de vereiste VOG worden door Trias vergoed. Is er geen eigen vervoer beschikbaar, dan kan de vrijwilliger gebruik maken van het Trias personenbusje.

Voor meer informatie kunnen belangstellenden contact opnemen met Wendy of Esther van de behandelgroepen op de Reggeberg via kompas@trias-groep.nl
of (038) 456 46 00.


Pleegzorg standaard tot 21 jaar

Vanaf 1 juli 2018 is een bestuurlijke afspraak tussen de VNG, Jeugdzorg Nederland en het Rijk (VWS) van kracht die regelt dat pleegzorg voortaan standaard tot 21 jaar ingezet zal worden. Gemeenten, pleegzorgaanbieders en het Rijk vinden namelijk dat kinderen die in een pleeggezin opgroeien, net als jongeren die in het eigen gezin wonen, pas de stap naar zelfstandigheid hoeven te maken wanneer ze hiertoe in staat zijn. Met deze afspraak kunnen zij langer gebruik maken van de hulp en ondersteuning van het pleeggezin en de pleegzorgaanbieder bij de overgang naar volwassenheid.

Voor wie geldt de bestuurlijke afspraak?

Op alle nieuwe pleegzorgplaatsingen is de bestuurlijke afspraak automatisch van toepassing. Voor kinderen en jongeren die al in een pleegzorgtraject zitten en na 1 juli 2018 18 jaar worden, past de betrokken gemeente de leeftijd voor pleegzorg in de beschikking aan tot 21 jaar. Dit geldt ook voor pleegkinderen die op 1 juli 2018 al in een traject van verlengde pleegzorg zitten. Voor pleegkinderen die tussen 1 januari 2018 en 1 juli 2018 18 jaar zijn geworden en geen gebruik maken van verlengde pleegzorg (om wat voor reden dan ook) geldt dat de gemeente een pleegzorgtraject tot 21 jaar zal inzetten wanneer het pleegkind dit wil. Dit valt onder de wettelijke mogelijkheid van voortzetting van jeugdhulp binnen zes maanden na beëindigen van deze jeugdhulp (artikel 1.1 onder jeugdige van de Jeugdwet).

Na het 18e jaar kan de jongere zelf te allen tijde besluiten om pleegzorg beëindigen. Pleegzorg als vorm van verlengde jeugdhulp, zoals beschreven in de Jeugdwet, blijft mogelijk vanaf 21 jaar tot 23 jaar.

Jeugdzorg Nederland heeft de informatie over pleegzorg en de overgang naar volwassenheid op een rij gezet. 


Natasja en Wout zijn pleegouders van twee biologische broertjes

“Het is een enorme voldoening om voor deze kinderen te mogen zorgen”

Toen een natuurlijke zwangerschap niet mogelijk bleek, verdiepten Natasja en Wout uit Raalte zich in adoptie en pleegzorg. Voor Natasja werd al vrij snel duidelijk dat haar gevoel bij pleegzorg lag: “Waarom zou ik een kind uit het buitenland halen als er in Nederland ook kinderen een fijne plek nodig hebben? En ik kende pleegzorg al een beetje uit mijn jeugd in Haarle. Een meisje van school woonde ook in een pleeggezin.”

Alles op z’n kop

Eind 2009 rondde Natasja en haar man het opleidingstraject voor pleegouders af. En toen was het wachten. Natasja vertelt: “In maart 2010 kwam vanuit de crisispleegzorg ons eerste pleegzoontje bij ons, net een jaar oud. Na jaren met z‘n tweeën stond ons leven met zo’n kleintje erbij een beetje op z‘n kop. In het begin was alles heel erg spannend en vreemd. Je denkt; en nu? Hij was net baby af, hoe gaat dat dan allemaal? Gelukkig kon ik terugvallen op iemand uit mijn omgeving die veel met baby’s werkte. En ik had een werkgever die erg met ons meeleefde. Nadat Martijn bij ons kwam kon ik eerst pleegouderschapsverlof en daarna ouderschapsverlof opnemen. Zo had ik alle tijd voor hem en konden we rustig aan elkaar wennen. De hechting ging meteen heel goed.”

Perspectiefbiedende plaatsing

Ook het tweejarig broertje van Martijn verbleef in een crisispleeggezin. Natasja en Wout wilden graag dat de broertjes samen konden opgroeien en zo kwam in oktober 2010 ook Danny bij hen wonen. Beide jongens kunnen tot zij zelfstandig zijn bij Natasja en Wout blijven, een zogenoemde perspectiefbiedende plaatsing.

Werken en pleegzorg

Werken in combinatie met pleegzorg is zeker mogelijk denkt Natasja. Maar kijk goed naar de balans in je gezin, zegt ze. “Na mijn ouderschapsverlof ben ik weer 24 uur aan het werk gegaan. Dat bleek teveel. Ik werk in de zorg met veel onregelmatige uren. Vooral de oudste had er moeite mee dat ik ‘s avonds en ‘s nachts weg was. Daarom ben ik geswitcht van werkgever en start ik binnenkort met een nieuwe opleiding, zodat ik na mijn opleiding breder kan gaan kijken wat bij mijn gezin past. Bijvoorbeeld thuiszorg of een zorgboerderij.”

Ervaringen uitwisselen

Vanaf de start van de pleegzorgplaatsing kregen Natasja en Wout begeleiding vanuit Trias. Die begeleiding was de laatste periode wat intensiever: “Onze oudste vertoonde ineens ander gedrag. Dan is het fijn als er iemand af en toe een luisterend oor biedt en handvatten heeft om met bepaald gedrag om te gaan. Elk kind heeft wel eens wat, maar bij hem zit het dieper dan gewoon ‘een probleempje’. Het is fijn dat je er dan over kunt praten met iemand die jou begrijpt. Daarom ben ik ook pleegouder buddy; een extra steuntje en vraagbaak voor startende pleegouders. En om zelf ervaringen uit te wisselen met andere pleegouders ga ik regelmatig naar de Leeravonden van Trias over thema’s als autisme en hechting.”

Onbeschrijfelijk

Inmiddels zijn Danny en Martijn vrolijke jongens van 10 en 9 jaar. Natasja: “Het is een enorme voldoening en een leuke taak om voor deze kinderen te mogen zorgen. Je kunt als pleegouder een kind zoveel bieden, niet alleen materieel, maar met liefde en verzorging. Wij vinden het pleegouderschap eigenlijk onbeschrijfelijk. Tegen iedereen die er wel eens over nadenkt zou ik zeggen: kom naar de informatieavond op 28 juni!”

Informatieavond 28 juni

Donderdag 28 juni organiseert Trias samen met gemeente Raalte een vrijblijvende informatieavond over pleegzorg bij het Carmel College Salland, Hofstedelaan 4 in Raalte. Aanvang 19.30 uur. Tijdens de informatieavond vertellen pleegouders verhalen uit hun dagelijks leven. Pleegzorgbegeleiders geven informatie over de verschillende vormen van pleegouderschap, het opleidingstraject en de ondersteuning die de pleegzorgorganisaties aan pleegouders bieden. Aanmelden voor de informatieavond kan hier:

  • Ja ik kom naar de vrijblijvende informatieavond over pleegzorg!


Een estafetteloop als aanzet tot verandering

Al 15 jaar verschijnt Trias met een groot aantal deelnemers aan de start van de Zwolse Ekiden; een marathon in estafettevorm waarbij de totale afstand van 42,195 km door zes lopers wordt afgelegd. Bijzonder gegeven: Triasmedewerkers én jongeren lopen samen in teamverband mee!

Trias wil bijdragen aan vitale en veerkrachtige gezinnen. Sport, bewegen en gezonde voeding vormen steeds meer een vast onderdeel van de ondersteuning aan kinderen, jongeren en gezinnen”, vertelt Johan van Aalderen, teamleider van onder meer de Behandelgroep Plus in Zwolle. Op deze intensieve behandelgroep voor tieners tussen de 12 en 18 jaar behoren sport en een gezonde levensstijl al tot de standaard routine. Meedoen aan de Ekiden sluit hier goed op aan. “De Ekiden leeft echt op de behandelgroepen”, stelt Johan. “Jongeren en pedagogisch medewerkers trainen samen, werken onder begeleiding van de personal trainer van Trias in gezamenlijkheid aan hetzelfde doel. Vorig jaar liep een jongere zijn mentor er uit. Die collega heeft dat natuurlijk het hele jaar moeten horen…. Het trainen voor de wedstrijd is een structureel onderdeel van de behandeling op de groep. Het maakt inzichtelijk wat sport en bewegen doen met jongeren en hoe we dit kunnen verwerken in behandeldoelen, zoals agressieregulatie, persoonlijke hygiëne (de vanzelfsprekendheid van douchen na het sporten), grenzen verleggen en doorzetten als het tegen zit.”

In spijkerbroek over de finish

In de loop der jaren zijn er naar aanleiding van de Ekiden veel succesverhalen – klein en groot – te delen. Johan denkt aan een meisje wiens moeder was overleden. “Met haar vader had ze een moeizame relatie. Ze kwam tijdens de Ekiden over de finish en daar stond haar vader met een bosje bloemen. Voor haar. Dat was het mooiste compliment dat ze ooit had gehad. Of die stoere jongen die met een sigaret in de hand, in spijkerbroek en op geleende gympen aan de start verscheen. Tot ieders verbazing liep hij zijn vijf kilometer binnen de 20 minuten. We waren allemaal razend enthousiast en complimenteerde hem met zijn prestatie. Niet vertrouwd met zoveel lof en met de vrees uit zijn rol te vallen vroeg hij stoer: ‘Waar is mijn shag?’ Maar je zag hem van binnen stralen! We hebben direct lijntjes gelegd met de atletiekvereniging, want deze jongen had zichtbaar talent.

Van overgewicht naar een sixpack

Sporten en bewegen zet een verandering in gang waarbij meedoen aan de Ekiden een mooi onderdeel is. Johan: “Jongeren komen er achter dat ze vijf kilometer kunnen hardlopen. Dat ze tot meer in staat zijn dan hun omgeving dacht én dat ze zelf dachten. Er waren jongeren bij die nooit sporten, maar toen ze er eenmaal aan geproefd hadden nu zelfs trainen voor een halve marathon. Sommige jongeren zijn gewend alleen maar te horen wat ze niet kunnen. Nu ontvangen ze lof en waardering. Dat doet wat met zo’n jongere.” Johan haalt een voorbeeld aan van een jongen met overgewicht, een laag zelfbeeld en een gameverslaving. “Volgens moeder waren zijn duimen het enige aan haar zoon dat bewoog. Ze kon niet geloven dat hij meedeed aan een hardloopwedstrijd. Ze kwam kijken en stond met tranen in haar ogen toen haar zoon voorbijkwam. Door deelname aan de Ekiden was hij over de drempel heen. Hij wilde graag verder trainen. Samen met de personal trainer maakte hij een trainings- en een voedingsschema. Want over voeding wist hij niks. Hij at na de training gerust een zak chips leeg. Uiteindelijk ging hij zelfs zijn eigen eten koken op de groep. Zijn overgewicht transformeerde naar een sixpack. Hij werd eindelijk gezien door meisjes en door zijn moeder.”

Meer informatie over sport en jeugdhulp bij Trias: Jamile Zaoudi (personal trainer) of Rienk Jager (sportpedagoog)


facebooktwitterlinkedInyoutubeemailhome