rtopbox-contact

rtopbox-nieuwsbrief

Auteur: Louise Dijkmans

Pleegzorg is de moeite waard; een pleegouder vertelt

Aspirant pleegouders volgen bij Trias de Scholing en Training voor Aspirant Pleegouders (STAP). Aan het einde de STAP, vertelt een ervaren pleegouder een positief verhaal. Tijdens deze avond hebben de aspirant pleegouders veel informatie te verwerken. Ze ervaren hoe het is in de pleegzorg. En dat is niet altijd gemakkelijk. Het is goed om dan af te sluiten met een positief verhaal, met het gevoel dat pleegzorg de moeite waard is! We vroegen aan Loïs om haar positieve verhaal met ons te delen.

Loïs: ‘Graag geef ik een kijkje in de keuken van onze pleegfamilie. Ik woon met mijn man en drie jonge kinderen op een mooie boerderij, samen met mijn ouders en hun pleegzoon Jarno (13). Het huis is opgesplitst in twee delen, maar in de praktijk zijn we veel samen, ook vanwege Jarno.
Mijn moeder heeft haar eigen kinderdagverblijf / gastouderopvang en heeft achttien jaar voor Trias gewerkt in onze gemeente. In oktober 2012 kwam de vraag vanuit de gemeente om twee kinderen buiten schooltijd op te vangen. Het zou gaan om kinderen met een rugzak die niet bij de reguliere opvang terecht konden. Mijn moeder, met haar ervaring binnen Trias en wonend op een locatie waar kinderen de ruimte en vrijheid hebben, was in beeld gekomen. Uiteindelijk – na veel wikken en wegen – besloten mijn ouders de kinderen welkom te heten. Het ging om twee jongens, Jarno van toen 7 en zijn broer van 10.

Behoorlijke achterstand
Al snel bleek dat de rugzakjes behoorlijk gevuld waren en we constateerden een behoorlijke achterstand bij de jongste: Jarno. Hij praatte bijna niet en hij kon niet rennen of fietsen. Lopen kon hij wel, maar erg onzeker en wiebelig. Hij was ook nog niet zindelijk. De oudste daarentegen was zeer spraakzaam en wist je van alles te vertellen. Hij was dan ook de spreekbuis voor de jongste. Na een aantal weken hebben we onze zorgen geuit bij de gemeente en later kwam het bericht dat de jongens met spoed uit huis geplaatst zouden worden. Voor de oudste werd een plaatsing in een 24-uurs organisatie geregeld en voor de jongste zou men op zoek gaan naar crisisopvang.

Echter, in die paar weken dat Jarno bij ons was merkten we echt al wel verschil met hem. Hij werd blijer en we zagen vooruitgang in zijn zindelijkheid en belangrijker nog: we zagen hem letterlijk opener worden en groeien. Vanuit de ervaring die mijn moeder had met crisisopvang heeft zij aangegeven, in overleg met ons gezin, dat Jarno hier kon blijven tot er een plek voor hem vrij komt waar hij voor een langere tijd kan blijven. Dat is nu zes jaar geleden.

Inmiddels is er veel veranderd. Mijn ouders zijn de pleegouders geworden van Jarno en ik heb er een pleegbroertje bij. Ik zal niet zeggen dat het niet zwaar is, want dat is het wel. Het is heftig en heel intens, maar zonder de hulp van zowel pleegzorg en jeugdzorg hadden wij en Jarno nooit zoveel positieve stappen kunnen maken.

‘Het voelen van pijn, vreugde en verdriet zal altijd een probleem voor hem blijven’

Jarno had een heel laag IQ.  We hebben hem dan ook vier jaar geleden laten overplaatsen van het speciaal onderwijs naar een ZMLK-school. Hij kon niet meekomen op het speciaal onderwijs. Hij kon niet op tegen de kinderen daar en vond heel veel dingen te moeilijk. Daardoor stagneerde hij in het leren. Door de goede samenwerking met pleeg- en jeugdzorg is het ons gelukt om de overplaatsing voor elkaar te krijgen. De beste stap die we voor Jarno konden maken. Hij fleurde helemaal op. Natuurlijk blijft het rekenen ‘stom’ maar hij heeft leren lezen, leren bewegen, zijn zwemdiploma’s gehaald en bovenal is zijn IQ flink gestegen. Het  is nog steeds niet hoog, maar zoveel beter als dat het was. Dit hadden we niet voor elkaar gekregen zonder de hulp van de prachtige organisaties. Als zij er niet waren dan had de toekomst voor Jarno er heel anders uitgezien. Jarno is inmiddels een vrolijke tiener die duidelijk kan maken wat hij wel en vooral ook niet wil. Maar bewegen zal altijd probleem bij hem zijn evenals het voelen van pijn, vreugde en verdriet. Het is hem in zijn eerste zeven levensjaren nooit bijgebracht.

Zenuwstelsel en zintuigen
Waarom doel ik op de eerste zeven levensjaren? In deze eerste zeven levensjaren gebeuren er veel belangrijke dingen met ons lichaam. Na deze jaren wordt dit (voorlopig) afgesloten. Ons zenuwstelsel met de daarbij behorende zintuigen worden ontwikkeld door het waarnemen met al onze zintuigen. Denk alleen al aan het bewegen. Een kind dat in een boom klimt, gebruikt veel zintuigen tegelijk. Denk aan tast, spierzin, pijnzin, temperatuurzin, evenwicht, reuk, zien, gehoor. De samenwerking tussen de zintuigen wordt op deze manier gestimuleerd. Een kind dat op televisie een ander kind in een boom ziet klimmen, gebruikt alleen zijn ogen en oren en is zelf niet in beweging en hierdoor zullen zintuigen minder gestimuleerd worden.

De ‘normale’ ontwikkeling
Wij weten nu ook dat Jarno zich bijna niet zal ontwikkelen op bewegingsgebied of op zijn gevoel. Het zijn die zintuigen die bijna niet gestimuleerd zijn en ook niet meer ontwikkeld zullen worden. Als hij zich niet lekker voelt of hij heeft een griepje onder de leden, dan zal hij dit niet kunnen aangeven. Hij weet niet hoe hij het onder woorden kan brengen en hij voelt het ook echt niet. Maar ook het bewegen, hoe moet je kracht zetten of hoe krijg je een dop van een fles. Dit zijn allemaal dingen die ook te maken hebben met spierzin en dat is ook niet goed ontwikkeld. Het is ook heel moeilijk om hem hierin te begeleiden. Voor ons is het immers zo normaal, een automatisme, maar voor hem is het iets wat hij echt niet kan. Hij wil echt wel, maar het lukt simpelweg niet.

Waarom vertel ik dit? Ik ben van mening dat iedere pleegouder zich zou moeten laten informeren over dit soort zaken. Het is heel belangrijk om te weten hoe een ‘normale’ ontwikkeling verloopt. Zodat je als pleegouder dan ook weet wat je wel en niet kan verwachten van je pleegkind, waarbij de ‘normale’ ontwikkeling verstoord is.

En dat vind ik zo fijn aan pleeg- en jeugdzorg. Er worden regelmatig informatie- en leeravonden gehouden, zowel als je pleegouder wilt worden, maar ook als je al pleegouder bent. Zo kun je je blijven ontwikkelen en het beste uit je pleegkind halen. Door dit soort avonden weet je wat meer over de problematiek van je pleegkind, maar kun je ook netwerken met andere pleegouders. Dat laatste levert je ook nog advies en informatie uit de praktijk op.

\Wat ik de afgelopen jaren heb ondervonden, heb geleerd – maar vooral heb gevoeld – is, dat je er als pleegouder nooit alleen voor staat! In ons geval bood de hulp uitkomst bij een andere school en therapie, zodat je echt weet welke ontwikkelingsproblematiek er is bij Jarno. En meer. Die hulp, de steun in de rug, is zo belangrijk; bepaalde zaken krijg je alleen niet voor elkaar.

Zonder de samenwerking tussen de instanties, mijn ouders als pleegouders en wij als gezin dat er volledig in mee draait, hadden we nooit zoveel kunnen bereiken. Ik kan alleen maar hopen dat Jarno dit ook zo ervaart en er later op terug kan kijken met een positief ‘gevoel’.


Laat maar komen! Een boek over pleegpubers (aankondiging)

Laat maar komen! 10 jaar crisisopvang van pleegpubers – Kim Postma en René Wokke

Burgemeester Femke Halsema (Amsterdam) neemt het boek over crisispleegzorg in ontvangst tijdens De Week van de Pleegzorg (2 november).

Openhartig en zonder vals sentiment
Ruim tien jaar lang stelden Kim en René hun woonschip Hendrik Jan in Amsterdam open voor pubers die om wat voor reden dan ook een tijd rust en veiligheid nodig hadden. Het zijn vaak levensbepalende ervaringen voor de jongeren. Af en toe geestig en zonder vals sentiment beschrijven Kim Postma en René Wokke hun ervaringen met deze pubers. Ze sparen zichzelf niet en delen hun onzekerheden en hun onvermijdelijke fouten. Maar ook tonen ze hun onvoorwaardelijke betrokkenheid bij het welzijn van de aan hun zorg toevertrouwde kinderen. Vanuit wisselend perspectief vertellen Kim en René wat zij in crisissituaties hebben beleefd, vaak aangevuld met bespiegelingen over het nut van opvoeding, de reikwijdte van verstandige interventies en de impact van een gebroken, soms gewelddadige gezinsachtergrond.

Kim Postma en René Wokke (†2018) werkten ten tijde van de zorg voor de kinderen beiden fulltime.

Dankbaar ‘werk’
Tot hun eigen verbazing vinden ze zichzelf na tien jaar terug als het centrum van een soort extended family. Alle kinderen zijn natuurlijk uitgevlogen en inmiddels vele jaren ouder geworden, maar toch is er een vorm van verbinding gebleven. Daarmee blijkt het bijzonder dankbaar ‘werk’ geweest te zijn.

‘Terug naar Kim en René zou voor mij ideaal zijn. Maar ik ga toch niet de plaats innemen van kinderen die in nood zijn en daar naartoe moeten voor een crisis?’ Eric-Jan, een van de pleegkinderen.

Week van de Pleegzorg en overhandiging boek aan burgemeester Halsema
In de periode tussen de afronding van dit boek in juli en de publicatie ervan in oktober is René Wokke op 29 juli 2018 door een aanslag in Tadzjikistan om het leven gekomen. Het manuscript was toen al klaar.
Laat maar komen! verschijnt dus zoals gepland op 31 oktober bij de start van De Week van de Pleegzorg (31-10 t/m 7-11-2018). Op 2 november om 14.00 uur neemt Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam, het boek in ontvangst.

Laat maar komen! Crisisopvang van pleegpubers, Kim Postma & René Wokke, Uitgeverij Scriptum, 144 pagina’s, ISBN 978 94 6319 134 0, € 15,-.

 


#ikzorg met hulpverleners Trias

Het ministerie van VWS start 1 november met de landelijke publiekscampagne Ik zorg. / #ikzorg. In de campagne staan mensen centraal die werken in de sector zorg en welzijn, waaronder Jamile, Carolien en Celine van Trias … Hun portretten plus verhalen zijn vanaf 1 november te vinden  op de website www.ontdekdezorg.nl  Hier alvast een voorproefje met Jamile in de hoofdrol: 

Jamile, pedagogisch personal coach

Ik werk met 12– tot 18jarigen en probeer ze letterlijk en figuurlijk weer in beweging te krijgen. Veel jongeren houden niet van praten en schieten al helemaal in de weerstand als ze bepaalde dingen moeten doen. Bij mij in de sportschool hebben ze veel meer vrijheid. Ze kloppen zelf bij mij aan met een hulpvraag. Vanuit daar kijk ik hoe ik ze verder kan helpen.
Ik ben zowel pedagogisch medewerker als sportcoach. Deze twee beroepen combineer ik in de sportschool zodat jongeren in hun fysieke kracht gezet worden en zelfvertrouwen opbouwen. Een mooi voorbeeld is een jongen die bij mij aanklopte met flink overgewicht. Hij kon nog geen vijf minuten bewegen en was onzeker. Inmiddels is hij 30 kilo afgevallen en één bonk spieren. Zo’n transformatie doet wat met je als mens. We hebben hem letterlijk en figuurlijk zien groeien.


Campagne #ikzorg met hulpverleners Trias

Het ministerie van VWS start in september met de landelijke publiekscampagne #ikzorg. In de campagne staan mensen centraal die werken in de sector zorg en welzijn, waaronder Carolien, Celine en Jamile van Trias … Hun portretten plus de korte interviews die met hen gehouden zijn komen op een nog te ontsluiten website van VWS. Hier alvast een voorproefje met Carolien in de hoofdrol: 


Carolien FOTO

Ambulant hulpverlener met Topdog

‘Ik heb eigenlijk twee functies: als ambulant hulpverlener maak ik deel uit van een team dat jongeren ondersteunt als ze uit dreigen te vallen op school door stress. We zien jongeren die last hebben van ADHD, maar ook drugsproblemen of niet meer thuis kunnen wonen vanwege allerlei problemen. Mijn taak is om de juiste hulp voor hen in te schakelen. Soms kan ik ze zelf helpen, bijvoorbeeld door meer structuur aan te brengen in iemands leven of financiën op orde te brengen. Sommige jongeren hebben al heel veel aan een luisterend oor.

Zo heb ik veel met een jongen gepraat die last had van depressies. Eerder was hij daarvoor ook opgenomen. In die kliniek kreeg hij een groepje vrienden, die er inmiddels allemaal niet meer zijn. Hij vond het heel prettig om daarover te kunnen praten met mij, want dat kon hij niet met zijn familie en vrienden.

Daarnaast werk ik veel met twee honden. Door een dier in de gesprekken te betrekken maak je alles wat luchtiger en niet zo formeel. Ik werk met de methodiek Top Dog en kan jongeren meer leren over hun lichaamshouding en communicatiestijl.

Zo help ik iemand met een laag niveau. Als we samen met de hond lopen, geeft hij het dier allerlei verschillende commando’s achter elkaar: zit, lig, loop… Die hond raakt natuurlijk helemaal in de war. Ik leer hem maar één commando te geven. Op deze manier leerde hij uiteindelijk beter te communiceren op school en in het gezin. Dat is natuurlijk heel leuk.’

Meer informatie? l.dijkmans@trias-groep.nl (Louise Dijkmans)


‘Preventief handelen verkleint risico op SGOG’

In opdracht van Trias heeft Simone Kuchenbecker in 2018 onderzoek gedaan naar het handelen van pleegzorgwerkers bij seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGOG) in pleeggezinnen. De aanleiding van dit onderzoek zijn de landelijk stijgende cijfers van SGOG binnen pleegzorg en de handelingsverlegenheid van professionals omtrent dit onderwerp. Het doel van dit onderzoek is om de handelingsverlegenheid van de pleegzorgwerker rondom deze thema’s te verminderen en het risico op SGOG te verkleinen.

De onderzoeksvraag die de leidraad is van het onderzoek luidt: ‘Hoe kunnen pleegzorgwerkers van Trias Pleegzorg hun handelen in de begeleiding bij (vermoedens van) seksueel grensoverschrijdend gedrag in pleeggezinnen verbeteren?’ Om antwoord te geven op de onderzoeksvraag is literatuur- en praktijkonderzoek gedaan.

Naar aanleiding van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de verbeteringen liggen in het preventief handelen, het implementeren van een helder beleid, duidelijke richtlijnen en voldoende een-op-een contact met de jeugdige. Ook op het gebied van kennis en vaardigheden liggen verbeteringsmogelijkheden. Wanneer aan de bovenstaande thema’s wordt gewerkt, kunnen de pleegzorgwerkers hun handelen verbeteren in de begeleiding bij SGOG.

Voor het vervolg en meer informatie: Eric Lieben (038) 456 46 00.


facebooktwitterlinkedInyoutubeemailhome