rtopbox-contact

rtopbox-nieuwsbrief

Auteur: Louise Dijkmans

De kracht van beelden – Video Interactie Begeleiding en Gehechtheid

Pleegzorgbegeleider Karin Koster heeft op 6 februari 2019 haar opleiding Video Interactie Begeleiding en Gehechtheid afgerond. Als VIB-er maakt zij korte videobeelden van interacties tussen pleegouders en pleegkind, gericht op de gehechtheidsrelatie. Deze beelden analyseert zij vervolgens en bekijkt ze samen met pleegouders terug.

Video Interactie Begeleiding en Gehechtheid kan ingezet worden bij de start van een plaatsing of wanneer het pleegkind al geruime tijd in het pleeggezin woont.

Nieuw evenwicht: Bij de start van een plaatsing moeten pleegouders en pleegkind elkaar nog leren kennen en een hechtingsrelatie opbouwen. Pleegouders kunnen door de signalen van hun pleegkind goed te ontvangen en te benoemen en door goed af te stemmen (sensitiviteit en responsiviteit) het pleegkind helpen bij de ‘ingroei’ in het pleeggezin en bij het vergroten van zijn basisvertrouwen. Er wordt gewerkt aan het opbouwen van een veilige hechtingsrelatie van het kind met pleegouders waarbij gebruik wordt gemaakt van de ‘bouwstenen van de hechting’ (Truus Bakker).
De plaatsing van een pleegkind in een pleeggezin verstoort het bestaande evenwicht, waardoor er een nieuw evenwicht gevonden moet worden. Door te ondersteunen in een goede afstemming en bewuste beurtverdeling met hun eigen kinderen en eventuele andere pleegkinderen, kan een nieuw evenwicht gecreëerd worden die aan alle kinderen recht doet.

Wanneer het pleegkind al geruime tijd in het pleeggezin woont kunnen er vragen ontstaan over de ontwikkeling van het pleegkind. Pleegouders ervaren problemen in het opbouwen van een relationele band met het pleegkind en/of de gedragsproblemen van het kind worden steeds moeilijker hanteerbaar. Pleegouders kunnen met behulp van VIB leren de signalen van hun pleegkind te herkennen en goed te ontvangen en zicht krijgen waar het pleegkind zich bevindt in de ‘bouwstenen’ van de hechting. Door adequaat af te stemmen op het pleegkind (sensitiviteit en responsiviteit) kan een veilige hechtingsrelatie tussen het pleegkind en pleegouders bevorderd worden waardoor het basisvertrouwen kan groeien en de gedragsproblemen afnemen. Er is extra aandacht voor positief leidinggeven.
Door de geslaagde contactmomenten die er zijn en die ontstaan voelt het pleegkind zich gezien en gehoord. Daardoor ontstaat er rust en ruimte voor ontwikkeling. Pleegouders zien groei, aanknopingspunten en ze worden zich bewust van waar in de hechtingsrelatie het pleegkind zich bevindt.

Wilt u meer informatie over Video Interactie Begeleiding en Gehechtheid?
Mail Team Intensief Ambulant Pleegzorg teamiap@triasjeugdhulp.nl


Samenwerken met ouders in de pleegzorg

Hans en Jacquelien zijn pleegouders bij Trias. Een paar maanden geleden kwamen Tessa (12) en haar moeder Nadine op hun pad. Karin  van de crisispleegzorg vertelt dat ze in het gesprek met moeder, Tessa en de pleegouders meteen voelde dat het goed was. Tessa stelde vragen: Mag ik mijn vriendinnetjes blijven zien? Mag ik op zaterdag gaan dansen? De eigen kinderen namen haar mee en lieten haar de tuin zien. Moeder Nadine vertelde en Karin merkte dat ze een klik had met Hans en Jacquelien. Toen Tessa weer binnenkwam, vroeg Karin aan haar of ze hier wel wilde wonen. Tessa keek haar met glunderoogjes aan. Ook moeder Nadine had een goed gevoel. In het begin hadden Hans en Jacquelien en moeder Nadine app-contact onderling. Later volgde een groepsapp waar ook Karin in zit. Pleegouders en moeder maken onderling afspraken. Een keer per week gaat moeder Nadine samen met Tessa iets leuks doen. De feestdagen verlopen ook in overleg.

Tessa komt voor de duur van ongeveer een jaar bij Hans en Jacquelien wonen. Ze kan dezelfde school blijven, omdat allen in dezelfde plaats wonen. Moeder Nadine gaat met zichzelf aan de slag.

Een mooi voorbeeld van hoe een samenwerking met ouder(s), kind en pleeggezin eruit kan zien.

Meer informatie / interesse in pleegzorg 
Trias (038) 456 46 00 / mail


Verhalen pleegouders gebundeld in magazine

Pleegouders Aline en Boudewijn hebben in een plaatsing intensief samengewerkt met de ouders van hun pleegkind, Wendy en Joop. Aline vertelt: ‘De samenwerking met de ouders verdient vanaf de start van de plaatsing alle aandacht.’ Vader Joop gebruikt voor de samenwerking het beeld van de spoorrails: ‘De ene rail vertegenwoordigt de ouders, de andere de pleegouders. Het treintje op de rails is het kind. Als de spoorrails evenwijdig lopen, als ouders en pleegouders goed afstemmen, dan kan het kind vooruit – in zijn of haar ontwikkeling.’

Artikel:

Wij willen het ‘beste’ voor zoveel mogelijk pleegkinderen

Een goede samenwerking tussen ouders en pleegouders is van groot belang voor de ontwikkeling van pleegkinderen. Uit verschillende onderzoeken blijkt een positief effect van het elkaar accepteren en respecteren en het maken van goede afspraken. Ouders Wendy en Joop en pleegouders Aline en Boudewijn weten dit als geen ander. Zij werken mee aan het programma ‘Versterken van de kracht van pleegouders’ om andere ouders en pleegouders te inspireren. “Wij delen heel graag ons verhaal om bij te dragen aan het ‘beste’ voor zoveel mogelijk pleegkinderen.”

De vier zijn trots op hun goede samenwerking. Volgens ouders Wendy en Joop vormt hun oprechte wederzijdse interesse daarvoor de basis: “Natuurlijk wilden wij heel graag weten in welk gezin ons kind terecht kwam. Onze keuze om pleegzorg in te schakelen was weliswaar vrijwillig, maar het was natuurlijk wel een hele moeilijke. Daarom was het zo fijn dat Aline en Boudewijn graag ons verhaal wilden kennen. We delen de overtuiging dat dat nodig is om een pleegkind goed te kunnen begrijpen. Overigens kostte het opbouwen van een goede relatie wel tijd. Het vertrouwen moest groeien, maar door het menselijke contact en het vleugje humor van pleegvader Boudewijn is de onderlinge sfeer erg ontspannen geworden. En nu trekken we dus zelfs samen op om andere ouders en pleegouders te helpen.”

Werkzame factoren
Joop en Boudewijn gaven al meerdere malen voorlichting over het onderwerp. In de werkgroep ‘Samenwerking ouders-pleegouders’ van het programma ‘Versterken van de kracht van pleegouders’ werken de vier samen met pleegzorgorganisatie Entrea/Lindenhout, Christelijke Hogeschool Ede en Jeugdbescherming Gelderland aan de ontwikkeling van ondersteuningsmateriaal voor andere ouders en pleegouders om hun relatie te versterken. Boudewijn: “Dat kunnen folders of filmpjes zijn, maar natuurlijk ook een training. Zowel voor pleegouders en ouders als voor pleegzorgbegeleiders. Waar we in ieder geval mee beginnen is het vaststellen van de werkzame factoren voor de relatie tussen pleegouders en ouders. Dat zijn de bouwstenen van het uiteindelijke materiaal.”

Een voorbeeld van zo’n werkzame factor is dat de pleegzorgorganisaties tijd en ruimte geven om de samenwerking vorm te geven. Wat overigens niet betekent dat er geen ondersteuning nodig is van de pleegzorgbegeleider zelf. Maar de belangrijkste factor blijft volgens pleegmoeder Aline het feit dat je alle vier ouder bent en allemaal het beste voor het kind wilt: “Als pleegouders nemen we weliswaar een deel van de zorg over, maar dat maakt ons nog geen ‘betere’ ouders voor het kind. De eigen ouders zijn superbelangrijk. Het was voor ons belangrijk om dat aan elkaar te laten voelen en tegen elkaar te zeggen. Het draait om kunnen inleven, respect voor de situatie en het zoeken naar manieren om ‘samen voor het kind’ te gaan.”

Van elkaar willen leren
Vooruitlopend op de opbrengsten van de werkgroep hebben de vier alvast een tip voor pleegouders: “Probeer je in te leven hoe de ouders zich voelen na dat ze hun kind bij jullie hebben gebracht en maak het bespreekbaar. En wees bereid om van elkaar te leren. Als je als een team optrekt, kun je elkaar versterken. Wij waren nooit met elkaar in contact gekomen als er geen sprake geweest was van een pleegzorgsituatie. We vinden het allemaal een verrijking dat we tot elkaars netwerk behoren en kunnen veel van elkaar leren.”  

 

Het voorgaande komt uit het boekwerkje ‘Versterken van de kracht van pleegouders’ – een uitgave van Jeugdzorg Nederland en de NVP (2018): KLIK HIER.


Voor pleegkinderen: laat je stem horen!

De Kinderombudsman wil van pleegkinderen horen wat er goed gaat in de pleegzorg en wat er beter kan. Daarom roept ze kinderen en jongeren op om hun mening te geven. Woon jij in een pleeggezin en vind je het belangrijk om jouw mening en ervaringen te delen? Laat dan je stem horen!

Vind je het belangrijk dat jouw mening en ervaring richting politiek meegenomen wordt, en wil je jouw verhaal met ons delen? Stuur dan een mail naar onderzoek@dekinderombudsman.nl. Zet in de mail je naam en
telefoonnummer, dan nemen wij contact met jou op om een afspraak te maken.

(Margrite Kalverboer, Kinderombudsman)


Steunouder: tijdelijk een gezin ondersteunen

Ouders kunnen om uiteenlopende redenen de verzorging en opvoeding van hun kind (tijdelijk) als pittig ervaren. Een helpende hand van familie, vrienden of bekenden is niet altijd mogelijk en dus start de gemeente Zwartewaterland
vanaf januari 2019 met het project Steunouder.

Steunouder-zijn is een laagdrempelige en gelijkwaardige manier om een kind wat extra liefde en aandacht te geven en de vraagouders in de thuissituatie te ontlasten om zo hun eigen draagkracht te vergroten.

Wat het project precies inhoudt, lees je in deze spread: klik hier.


Vakantiekampen 2019

Graag brengen wij ook voor het jaar 2019 voor pleegouders de vakantiekampen onder de aandacht. De mogelijkheid bestaat om een tegemoetkoming te krijgen vanuit een fonds. Dit kan uitsluitend via Trias! Vraag ernaar bij uw pleegzorgbegeleider.

www.jip.nl

www.ruimewind.nl

www.simbo.nl

www.clubadventure.nl

www.okeevakantiekampen.nl

www.jeugdzomerkamp.nl 

www.vinea.nl

www.ymca.nl 

www.ycamps.nl (met extra begeleiding)

www.heppie.nl

www.summercamps.nl

www.humanitas.nl 


Pleegzorg is de moeite waard; een pleegouder vertelt

Aspirant pleegouders volgen bij Trias de Scholing en Training voor Aspirant Pleegouders (STAP). Aan het einde de STAP, vertelt een ervaren pleegouder een positief verhaal. Tijdens deze avond hebben de aspirant pleegouders veel informatie te verwerken. Ze ervaren hoe het is in de pleegzorg. En dat is niet altijd gemakkelijk. Het is goed om dan af te sluiten met een positief verhaal, met het gevoel dat pleegzorg de moeite waard is! We vroegen aan Loïs om haar positieve verhaal met ons te delen.

Loïs: ‘Graag geef ik een kijkje in de keuken van onze pleegfamilie. Ik woon met mijn man en drie jonge kinderen op een mooie boerderij, samen met mijn ouders en hun pleegzoon Jarno (13). Het huis is opgesplitst in twee delen, maar in de praktijk zijn we veel samen, ook vanwege Jarno.
Mijn moeder heeft haar eigen kinderdagverblijf / gastouderopvang en heeft achttien jaar voor Trias gewerkt in onze gemeente. In oktober 2012 kwam de vraag vanuit de gemeente om twee kinderen buiten schooltijd op te vangen. Het zou gaan om kinderen met een rugzak die niet bij de reguliere opvang terecht konden. Mijn moeder, met haar ervaring binnen Trias en wonend op een locatie waar kinderen de ruimte en vrijheid hebben, was in beeld gekomen. Uiteindelijk – na veel wikken en wegen – besloten mijn ouders de kinderen welkom te heten. Het ging om twee jongens, Jarno van toen 7 en zijn broer van 10.

Behoorlijke achterstand
Al snel bleek dat de rugzakjes behoorlijk gevuld waren en we constateerden een behoorlijke achterstand bij de jongste: Jarno. Hij praatte bijna niet en hij kon niet rennen of fietsen. Lopen kon hij wel, maar erg onzeker en wiebelig. Hij was ook nog niet zindelijk. De oudste daarentegen was zeer spraakzaam en wist je van alles te vertellen. Hij was dan ook de spreekbuis voor de jongste. Na een aantal weken hebben we onze zorgen geuit bij de gemeente en later kwam het bericht dat de jongens met spoed uit huis geplaatst zouden worden. Voor de oudste werd een plaatsing in een 24-uurs organisatie geregeld en voor de jongste zou men op zoek gaan naar crisisopvang.

Echter, in die paar weken dat Jarno bij ons was merkten we echt al wel verschil met hem. Hij werd blijer en we zagen vooruitgang in zijn zindelijkheid en belangrijker nog: we zagen hem letterlijk opener worden en groeien. Vanuit de ervaring die mijn moeder had met crisisopvang heeft zij aangegeven, in overleg met ons gezin, dat Jarno hier kon blijven tot er een plek voor hem vrij komt waar hij voor een langere tijd kan blijven. Dat is nu zes jaar geleden.

Inmiddels is er veel veranderd. Mijn ouders zijn de pleegouders geworden van Jarno en ik heb er een pleegbroertje bij. Ik zal niet zeggen dat het niet zwaar is, want dat is het wel. Het is heftig en heel intens, maar zonder de hulp van zowel pleegzorg en jeugdzorg hadden wij en Jarno nooit zoveel positieve stappen kunnen maken.

‘Het voelen van pijn, vreugde en verdriet zal altijd een probleem voor hem blijven’

Jarno had een heel laag IQ.  We hebben hem dan ook vier jaar geleden laten overplaatsen van het speciaal onderwijs naar een ZMLK-school. Hij kon niet meekomen op het speciaal onderwijs. Hij kon niet op tegen de kinderen daar en vond heel veel dingen te moeilijk. Daardoor stagneerde hij in het leren. Door de goede samenwerking met pleeg- en jeugdzorg is het ons gelukt om de overplaatsing voor elkaar te krijgen. De beste stap die we voor Jarno konden maken. Hij fleurde helemaal op. Natuurlijk blijft het rekenen ‘stom’ maar hij heeft leren lezen, leren bewegen, zijn zwemdiploma’s gehaald en bovenal is zijn IQ flink gestegen. Het  is nog steeds niet hoog, maar zoveel beter als dat het was. Dit hadden we niet voor elkaar gekregen zonder de hulp van de prachtige organisaties. Als zij er niet waren dan had de toekomst voor Jarno er heel anders uitgezien. Jarno is inmiddels een vrolijke tiener die duidelijk kan maken wat hij wel en vooral ook niet wil. Maar bewegen zal altijd probleem bij hem zijn evenals het voelen van pijn, vreugde en verdriet. Het is hem in zijn eerste zeven levensjaren nooit bijgebracht.

Zenuwstelsel en zintuigen
Waarom doel ik op de eerste zeven levensjaren? In deze eerste zeven levensjaren gebeuren er veel belangrijke dingen met ons lichaam. Na deze jaren wordt dit (voorlopig) afgesloten. Ons zenuwstelsel met de daarbij behorende zintuigen worden ontwikkeld door het waarnemen met al onze zintuigen. Denk alleen al aan het bewegen. Een kind dat in een boom klimt, gebruikt veel zintuigen tegelijk. Denk aan tast, spierzin, pijnzin, temperatuurzin, evenwicht, reuk, zien, gehoor. De samenwerking tussen de zintuigen wordt op deze manier gestimuleerd. Een kind dat op televisie een ander kind in een boom ziet klimmen, gebruikt alleen zijn ogen en oren en is zelf niet in beweging en hierdoor zullen zintuigen minder gestimuleerd worden.

De ‘normale’ ontwikkeling
Wij weten nu ook dat Jarno zich bijna niet zal ontwikkelen op bewegingsgebied of op zijn gevoel. Het zijn die zintuigen die bijna niet gestimuleerd zijn en ook niet meer ontwikkeld zullen worden. Als hij zich niet lekker voelt of hij heeft een griepje onder de leden, dan zal hij dit niet kunnen aangeven. Hij weet niet hoe hij het onder woorden kan brengen en hij voelt het ook echt niet. Maar ook het bewegen, hoe moet je kracht zetten of hoe krijg je een dop van een fles. Dit zijn allemaal dingen die ook te maken hebben met spierzin en dat is ook niet goed ontwikkeld. Het is ook heel moeilijk om hem hierin te begeleiden. Voor ons is het immers zo normaal, een automatisme, maar voor hem is het iets wat hij echt niet kan. Hij wil echt wel, maar het lukt simpelweg niet.

Waarom vertel ik dit? Ik ben van mening dat iedere pleegouder zich zou moeten laten informeren over dit soort zaken. Het is heel belangrijk om te weten hoe een ‘normale’ ontwikkeling verloopt. Zodat je als pleegouder dan ook weet wat je wel en niet kan verwachten van je pleegkind, waarbij de ‘normale’ ontwikkeling verstoord is.

En dat vind ik zo fijn aan pleeg- en jeugdzorg. Er worden regelmatig informatie- en leeravonden gehouden, zowel als je pleegouder wilt worden, maar ook als je al pleegouder bent. Zo kun je je blijven ontwikkelen en het beste uit je pleegkind halen. Door dit soort avonden weet je wat meer over de problematiek van je pleegkind, maar kun je ook netwerken met andere pleegouders. Dat laatste levert je ook nog advies en informatie uit de praktijk op.

\Wat ik de afgelopen jaren heb ondervonden, heb geleerd – maar vooral heb gevoeld – is, dat je er als pleegouder nooit alleen voor staat! In ons geval bood de hulp uitkomst bij een andere school en therapie, zodat je echt weet welke ontwikkelingsproblematiek er is bij Jarno. En meer. Die hulp, de steun in de rug, is zo belangrijk; bepaalde zaken krijg je alleen niet voor elkaar.

Zonder de samenwerking tussen de instanties, mijn ouders als pleegouders en wij als gezin dat er volledig in mee draait, hadden we nooit zoveel kunnen bereiken. Ik kan alleen maar hopen dat Jarno dit ook zo ervaart en er later op terug kan kijken met een positief ‘gevoel’.


Laat maar komen! Een boek over pleegpubers (aankondiging)

Laat maar komen! 10 jaar crisisopvang van pleegpubers – Kim Postma en René Wokke

Burgemeester Femke Halsema (Amsterdam) neemt het boek over crisispleegzorg in ontvangst tijdens De Week van de Pleegzorg (2 november).

Openhartig en zonder vals sentiment
Ruim tien jaar lang stelden Kim en René hun woonschip Hendrik Jan in Amsterdam open voor pubers die om wat voor reden dan ook een tijd rust en veiligheid nodig hadden. Het zijn vaak levensbepalende ervaringen voor de jongeren. Af en toe geestig en zonder vals sentiment beschrijven Kim Postma en René Wokke hun ervaringen met deze pubers. Ze sparen zichzelf niet en delen hun onzekerheden en hun onvermijdelijke fouten. Maar ook tonen ze hun onvoorwaardelijke betrokkenheid bij het welzijn van de aan hun zorg toevertrouwde kinderen. Vanuit wisselend perspectief vertellen Kim en René wat zij in crisissituaties hebben beleefd, vaak aangevuld met bespiegelingen over het nut van opvoeding, de reikwijdte van verstandige interventies en de impact van een gebroken, soms gewelddadige gezinsachtergrond.

Kim Postma en René Wokke (†2018) werkten ten tijde van de zorg voor de kinderen beiden fulltime.

Dankbaar ‘werk’
Tot hun eigen verbazing vinden ze zichzelf na tien jaar terug als het centrum van een soort extended family. Alle kinderen zijn natuurlijk uitgevlogen en inmiddels vele jaren ouder geworden, maar toch is er een vorm van verbinding gebleven. Daarmee blijkt het bijzonder dankbaar ‘werk’ geweest te zijn.

‘Terug naar Kim en René zou voor mij ideaal zijn. Maar ik ga toch niet de plaats innemen van kinderen die in nood zijn en daar naartoe moeten voor een crisis?’ Eric-Jan, een van de pleegkinderen.

Week van de Pleegzorg en overhandiging boek aan burgemeester Halsema
In de periode tussen de afronding van dit boek in juli en de publicatie ervan in oktober is René Wokke op 29 juli 2018 door een aanslag in Tadzjikistan om het leven gekomen. Het manuscript was toen al klaar.
Laat maar komen! verschijnt dus zoals gepland op 31 oktober bij de start van De Week van de Pleegzorg (31-10 t/m 7-11-2018). Op 2 november om 14.00 uur neemt Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam, het boek in ontvangst.

Laat maar komen! Crisisopvang van pleegpubers, Kim Postma & René Wokke, Uitgeverij Scriptum, 144 pagina’s, ISBN 978 94 6319 134 0, € 15,-.

 


#ikzorg met hulpverleners Trias

Het ministerie van VWS start 1 november met de landelijke publiekscampagne Ik zorg. / #ikzorg. In de campagne staan mensen centraal die werken in de sector zorg en welzijn, waaronder Jamile, Carolien en Celine van Trias … Hun portretten plus verhalen zijn vanaf 1 november te vinden  op de website www.ontdekdezorg.nl  Hier alvast een voorproefje met Jamile in de hoofdrol: 

Jamile, pedagogisch personal coach

Ik werk met 12– tot 18jarigen en probeer ze letterlijk en figuurlijk weer in beweging te krijgen. Veel jongeren houden niet van praten en schieten al helemaal in de weerstand als ze bepaalde dingen moeten doen. Bij mij in de sportschool hebben ze veel meer vrijheid. Ze kloppen zelf bij mij aan met een hulpvraag. Vanuit daar kijk ik hoe ik ze verder kan helpen.
Ik ben zowel pedagogisch medewerker als sportcoach. Deze twee beroepen combineer ik in de sportschool zodat jongeren in hun fysieke kracht gezet worden en zelfvertrouwen opbouwen. Een mooi voorbeeld is een jongen die bij mij aanklopte met flink overgewicht. Hij kon nog geen vijf minuten bewegen en was onzeker. Inmiddels is hij 30 kilo afgevallen en één bonk spieren. Zo’n transformatie doet wat met je als mens. We hebben hem letterlijk en figuurlijk zien groeien.


facebooktwitterlinkedInyoutubeemailhome