rtopbox-contact

rtopbox-nieuwsbrief

Sportpedagoog Rienk vertelt:

Sport en bewegen zijn belangrijke onderdelen van de behandeling en ondersteuning van Trias en kunnen een positieve rol spelen in de persoonlijke ontwikkeling van kwetsbare jongeren.

Bij een sport- en beweegtraject worden doelen met behulp van een sportpedagoog/coach een sportieve wijze ingevuld in een toekomstplan, of worden doelen in een bestaand toekomstplan op een sportieve wijze behaald.

Sportpedagoog Rienk vertelt:

Om een sportpedagoog in te kunnen zetten is een beetje affiniteit met bewegen prettig en moet een kind zich bewust zijn van de doelen waaraan gewerkt gaat worden. Maar voor Rienk zijn twee andere startvoorwaarden het belangrijkst zoals het creëren van een veilige setting. Rienk: “Waar voelt het kind zich het meest prettig? Daar ben ik altijd erg naar op zoek. Ik probeer ook zoveel mogelijk in samenspraak met het kind te doen en maak het medeverantwoordelijk. Om te toetsen of ik met mijn aanpak op de juiste weg zit gebruik ik voor en na de sessie de vragenlijsten ORS-SRS*. Zonodig kan ik mijn aanpak dan bijstellen.” Een andere belangrijke voorwaarde is de betrokkenheid van ouders, zodat de tips en trucs uit de zaal thuis ook worden toegepast. “Het traject is principe individueel maar waar het kan probeer ik systemisch te werken en neem ik af en toe een broertje, zusje of een ouder mee de sportzaal in.“

Als sportpedagoog breng je een kind letterlijk in beweging. De gesprekken komen dan vanzelf, want je sluit aan bij hun belevingswereld, ervaart Rienk. “Maar kinderen hoeven bij mij niet altijd te praten. Een activiteit kan ook non verbaal zijn. Als je een kind in een gesprek aan tafel vraagt wat het anders zou willen, is een antwoord vaak lastig. De vraag is abstract en vanuit het verleden geredeneerd. Maar als ik vanuit een activiteit, dus het heden, dezelfde vraag stel kun je met het kind de transfer maken: wat doe je als je iets niet leuk vindt? Hoe reageer je als zoiets op school gebeurt. Je biedt dan handvatten en alternatieven aan.“

Rienk haalt een voorbeeld aan van een jongen die moeite had met emotie-regulatie. Thuis is hij verbaal sterk aanwezig en op school loopt het ook niet lekker. “Om hem te leren rustig te worden doe ik uitdagende spelletjes met hem. Maar ik bied hem ook minder spannende activiteiten aan om te zien hoe hij met zulke situaties omgaat. Hij ervaart veel lessen op school namelijk als saai. Niet alle lesstof is even leuk en dat hoeft het ook niet te zijn. Dus observeer ik tijdens het ‘saaie spel’ hoe hij hier mee omgaat; haakt hij af, gaat hij vloeken, reageert hij het af op het spel, ben ik de boeman? Daarna bespreek ik zijn gedrag: je laat dit en dit zien, doe je dat ook zo in de klas? Nu houd je de activiteit wel vol, maar in de klas niet. Hoe zou je dat anders kunnen doen? Wat levert het je op als je het wel volhoudt: een hoger cijfer, je naam die in positieve zin genoemd wordt? Tijdens een activiteit ben ik voortdurend bezig om linkjes te leggen met de dagelijkse praktijk van het kind.”

* De ORS (Outcome Rating Scale)/SRS (Session Rating Scale) geeft een diagnose van het behandelproces van de client. De scores van de vragenlijst geven informatie over de gebieden waarop een behandelaar nog kan verbeteren.




Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

facebooktwitterlinkedInyoutubeemailhome