Vacature 028-2018 Pedagogisch medewerker B

Pedagogisch medewerker B m/v Dagbehandeling Jonge Kind Zwolle

24-36 uur per week

De vacature is in eerste instantie voor de duur van een half jaar met mogelijkheid tot verlengen.

Dagbehandeling Jonge Kind Zwolle

De Dagbehandeling Jonge Kind is een behandelgroep van 6 tot 10 kinderen in de leeftijd van 2,5 t/m 7 jaar. Op de dagbehandeling werken we vanuit het sociaal-competentiemodel, waarbij de leeftijdsadequate ontwikkelingstaken als doel worden gesteld. Het oplossingsgericht werken wordt hierbij als beroepshouding gehanteerd. Het bieden van voorspelbaarheid, duidelijkheid en structuur zijn een belangrijk onderdeel van de behandeling. Ten behoeve van de behandeling verricht je werkzaamheden als het ontwikkelen en uitvoeren van groepsactiviteiten, het doen van observatie, het verzorgen van rapportage en overdracht en het voeren van kind- en teamgerichte gesprekken. Ook verzorgende en huishoudelijke handelingen behoren tot de taken. Samenwerking vormt een belangrijk onderdeel binnen de behandeling, zowel met collega’s (multidisciplinair team) als met ouders/verzorgers en externe organisaties zoals kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en scholen.

Dit vragen wij:

  • Je kunt een pedagogisch en veilig leefklimaat bieden;
  • Je hebt ruime ervaring in het werken met kinderen en hun ouders en bent bereid om te werken in een multidisciplinair teamverband;
  • Je hebt ervaring in het werken met zowel groepsdynamische processen als met individueel gerichte begeleiding;
  • Je weet te werken vanuit het competentiemodel, daarbij is oplossingsgericht werken een attitude;
  • Je bent een sterke, flexibele persoonlijkheid;
  • Je bent in staat te reflecteren op je eigen handelen;
  • Je kunt omgaan met weerstand en crisissituaties;
  • Je hebt minimaal een afgeronde opleiding MBO-SPW of een daarmee gelijkgestelde opleiding;

Wij bieden:

Een zelfstandig tijdelijke functie in een aantrekkelijke en informele werksfeer. Goede primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden conform CAO Jeugdzorg, salarisschaal 7.

Informatie:

Voor meer informatie kun je via de mail contact opnemen met Frank Hegeman, manager Zorg Ambulant:  f.hegeman@trias-groep.nl

Sollicitaties:

Je schriftelijke reactie met cv kun je, uiterlijk vóór 18 december 2018, onder vermelding van vacaturenummer 028-2018 richten aan werken@trias-groep.nl t.a.v. Marie van der Vegte, personeelszaken. Je ontvangt een automatisch bericht van ontvangst. Als je dit bericht niet ontvangen hebt, is de sollicitatie niet bij ons binnengekomen.

Deze vacature wordt gelijktijdig in- en extern geplaatst. Bij gelijk gebleken geschiktheid hebben interne kandidaten voorrang. Bij aanname voor deze functie dien je een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) in te leveren. Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.


Documentaire ‘De geboorte van een pleeggezin’

Het afgelopen jaar voerde Trias samen met diverse gemeenten in de regio campagne om meer mensen enthousiast te maken voor pleegzorg. Ruim 600 belangstellenden bezochten in deze periode een informatieavond. En ruim 50 gezinnen meldden zich aan als aspirant pleeggezin. Zo ook Leon en Sandra uit Dedemsvaart. In de documentaire ‘De geboorte van een pleeggezin’ volgt RTV Oost het stel 9 maanden lang vanaf de eerste voorlichtingsavond tot het moment dat er een pleegkind in huis komt.


Pleegzorg is de moeite waard; een pleegouder vertelt

Aspirant pleegouders volgen bij Trias de Scholing en Training voor Aspirant Pleegouders (STAP). Aan het einde de STAP, vertelt een ervaren pleegouder een positief verhaal. Tijdens deze avond hebben de aspirant pleegouders veel informatie te verwerken. Ze ervaren hoe het is in de pleegzorg. En dat is niet altijd gemakkelijk. Het is goed om dan af te sluiten met een positief verhaal, met het gevoel dat pleegzorg de moeite waard is! We vroegen aan Loïs om haar positieve verhaal met ons te delen.

Loïs: ‘Graag geef ik een kijkje in de keuken van onze pleegfamilie. Ik woon met mijn man en drie jonge kinderen op een mooie boerderij, samen met mijn ouders en hun pleegzoon Jarno (13). Het huis is opgesplitst in twee delen, maar in de praktijk zijn we veel samen, ook vanwege Jarno.
Mijn moeder heeft haar eigen kinderdagverblijf / gastouderopvang en heeft achttien jaar voor Trias gewerkt in onze gemeente. In oktober 2012 kwam de vraag vanuit de gemeente om twee kinderen buiten schooltijd op te vangen. Het zou gaan om kinderen met een rugzak die niet bij de reguliere opvang terecht konden. Mijn moeder, met haar ervaring binnen Trias en wonend op een locatie waar kinderen de ruimte en vrijheid hebben, was in beeld gekomen. Uiteindelijk – na veel wikken en wegen – besloten mijn ouders de kinderen welkom te heten. Het ging om twee jongens, Jarno van toen 7 en zijn broer van 10.

Behoorlijke achterstand
Al snel bleek dat de rugzakjes behoorlijk gevuld waren en we constateerden een behoorlijke achterstand bij de jongste: Jarno. Hij praatte bijna niet en hij kon niet rennen of fietsen. Lopen kon hij wel, maar erg onzeker en wiebelig. Hij was ook nog niet zindelijk. De oudste daarentegen was zeer spraakzaam en wist je van alles te vertellen. Hij was dan ook de spreekbuis voor de jongste. Na een aantal weken hebben we onze zorgen geuit bij de gemeente en later kwam het bericht dat de jongens met spoed uit huis geplaatst zouden worden. Voor de oudste werd een plaatsing in een 24-uurs organisatie geregeld en voor de jongste zou men op zoek gaan naar crisisopvang.

Echter, in die paar weken dat Jarno bij ons was merkten we echt al wel verschil met hem. Hij werd blijer en we zagen vooruitgang in zijn zindelijkheid en belangrijker nog: we zagen hem letterlijk opener worden en groeien. Vanuit de ervaring die mijn moeder had met crisisopvang heeft zij aangegeven, in overleg met ons gezin, dat Jarno hier kon blijven tot er een plek voor hem vrij komt waar hij voor een langere tijd kan blijven. Dat is nu zes jaar geleden.

Inmiddels is er veel veranderd. Mijn ouders zijn de pleegouders geworden van Jarno en ik heb er een pleegbroertje bij. Ik zal niet zeggen dat het niet zwaar is, want dat is het wel. Het is heftig en heel intens, maar zonder de hulp van zowel pleegzorg en jeugdzorg hadden wij en Jarno nooit zoveel positieve stappen kunnen maken.

‘Het voelen van pijn, vreugde en verdriet zal altijd een probleem voor hem blijven’

Jarno had een heel laag IQ.  We hebben hem dan ook vier jaar geleden laten overplaatsen van het speciaal onderwijs naar een ZMLK-school. Hij kon niet meekomen op het speciaal onderwijs. Hij kon niet op tegen de kinderen daar en vond heel veel dingen te moeilijk. Daardoor stagneerde hij in het leren. Door de goede samenwerking met pleeg- en jeugdzorg is het ons gelukt om de overplaatsing voor elkaar te krijgen. De beste stap die we voor Jarno konden maken. Hij fleurde helemaal op. Natuurlijk blijft het rekenen ‘stom’ maar hij heeft leren lezen, leren bewegen, zijn zwemdiploma’s gehaald en bovenal is zijn IQ flink gestegen. Het  is nog steeds niet hoog, maar zoveel beter als dat het was. Dit hadden we niet voor elkaar gekregen zonder de hulp van de prachtige organisaties. Als zij er niet waren dan had de toekomst voor Jarno er heel anders uitgezien. Jarno is inmiddels een vrolijke tiener die duidelijk kan maken wat hij wel en vooral ook niet wil. Maar bewegen zal altijd probleem bij hem zijn evenals het voelen van pijn, vreugde en verdriet. Het is hem in zijn eerste zeven levensjaren nooit bijgebracht.

Zenuwstelsel en zintuigen
Waarom doel ik op de eerste zeven levensjaren? In deze eerste zeven levensjaren gebeuren er veel belangrijke dingen met ons lichaam. Na deze jaren wordt dit (voorlopig) afgesloten. Ons zenuwstelsel met de daarbij behorende zintuigen worden ontwikkeld door het waarnemen met al onze zintuigen. Denk alleen al aan het bewegen. Een kind dat in een boom klimt, gebruikt veel zintuigen tegelijk. Denk aan tast, spierzin, pijnzin, temperatuurzin, evenwicht, reuk, zien, gehoor. De samenwerking tussen de zintuigen wordt op deze manier gestimuleerd. Een kind dat op televisie een ander kind in een boom ziet klimmen, gebruikt alleen zijn ogen en oren en is zelf niet in beweging en hierdoor zullen zintuigen minder gestimuleerd worden.

De ‘normale’ ontwikkeling
Wij weten nu ook dat Jarno zich bijna niet zal ontwikkelen op bewegingsgebied of op zijn gevoel. Het zijn die zintuigen die bijna niet gestimuleerd zijn en ook niet meer ontwikkeld zullen worden. Als hij zich niet lekker voelt of hij heeft een griepje onder de leden, dan zal hij dit niet kunnen aangeven. Hij weet niet hoe hij het onder woorden kan brengen en hij voelt het ook echt niet. Maar ook het bewegen, hoe moet je kracht zetten of hoe krijg je een dop van een fles. Dit zijn allemaal dingen die ook te maken hebben met spierzin en dat is ook niet goed ontwikkeld. Het is ook heel moeilijk om hem hierin te begeleiden. Voor ons is het immers zo normaal, een automatisme, maar voor hem is het iets wat hij echt niet kan. Hij wil echt wel, maar het lukt simpelweg niet.

Waarom vertel ik dit? Ik ben van mening dat iedere pleegouder zich zou moeten laten informeren over dit soort zaken. Het is heel belangrijk om te weten hoe een ‘normale’ ontwikkeling verloopt. Zodat je als pleegouder dan ook weet wat je wel en niet kan verwachten van je pleegkind, waarbij de ‘normale’ ontwikkeling verstoord is.

En dat vind ik zo fijn aan pleeg- en jeugdzorg. Er worden regelmatig informatie- en leeravonden gehouden, zowel als je pleegouder wilt worden, maar ook als je al pleegouder bent. Zo kun je je blijven ontwikkelen en het beste uit je pleegkind halen. Door dit soort avonden weet je wat meer over de problematiek van je pleegkind, maar kun je ook netwerken met andere pleegouders. Dat laatste levert je ook nog advies en informatie uit de praktijk op.

\Wat ik de afgelopen jaren heb ondervonden, heb geleerd – maar vooral heb gevoeld – is, dat je er als pleegouder nooit alleen voor staat! In ons geval bood de hulp uitkomst bij een andere school en therapie, zodat je echt weet welke ontwikkelingsproblematiek er is bij Jarno. En meer. Die hulp, de steun in de rug, is zo belangrijk; bepaalde zaken krijg je alleen niet voor elkaar.

Zonder de samenwerking tussen de instanties, mijn ouders als pleegouders en wij als gezin dat er volledig in mee draait, hadden we nooit zoveel kunnen bereiken. Ik kan alleen maar hopen dat Jarno dit ook zo ervaart en er later op terug kan kijken met een positief ‘gevoel’.


Week van de pleegzorg van start: diverse activiteiten!

Van 31 oktober t/m 7 november is het de Week van de Pleegzorg. Met de jaarlijkse actieweek vraagt Pleegzorg Nederland aandacht voor het belang van pleegzorg. Op dit moment zijn er in Nederland ruim 19.000 pleegkinderen. Pleegouders zijn van onschatbare waarde én heel hard nodig, voor de pleegkinderen van nu maar ook die van de toekomst. Het doel is om 3.500 nieuwe pleegouders te werven.

Aftrap woensdagochtend 31 oktober

De Week van de Pleegzorg start op woensdagochtend 31 oktober tijdens de Pleeggrootouderdag in De Glind. Daarmee wordt het belang van deze waardevolle en belangrijke groep binnen de pleegzorg benadrukt. Want 16% van alle pleegouders zijn pleeggrootouder. 

De aftrap is in lijn met de sportieve insteek dit jaar en wordt verzorgd door ‘De spelers van Lucky Ajax’: Sjaak Swart, Simon Tahamata, John Bosman en Dick Schoenaker. Zij spelen een (mini) wedstrijd tegen een team van pleeggrootouders en pleegkleinkinderen.

Gast aan Tafel

Trias heeft in de Week van de Pleegzorg wethouders, raadsleden en beleidsmakers uitgenodigd mee te eten bij een pleeggezin of gezinshuis in hun gemeente. Meer dan 30 lokale politici en beleidsmakers gaven enthousiast gehoor aan de uitnodiging. Zij krijgen aankomende week op ludieke wijze een inkijkje in het dagelijkse reilen en zeilen van deze gezinsvervangende vormen van jeugdhulp. Het is de vierde keer dat Trias deze succesvolle actie organiseert. Het initiatief is inmiddels door verschillende collega-organisaties overgenomen.

Laatste informatieavond van campagne ‘Mag ik bij jou?!’

Aan het eind van de Week van de Pleegzorg sluit gemeente Kampen het campagnejaar ‘mag ik bij jou?! af met een informatieavond voor aspirant pleegouders in het stadhuis. Op verschillende plekken in Kampen is deze weken aandacht voor pleegzorg, zoals in het speciale boekenhoekje in de bieb, aan schoolhekken en in de (sociale) media.

Laat maar komen! Een boek over pleegpubers (aankondiging)

Laat maar komen! 10 jaar crisisopvang van pleegpubers – Kim Postma en René Wokke

Burgemeester Femke Halsema (Amsterdam) neemt het boek over crisispleegzorg in ontvangst tijdens De Week van de Pleegzorg (2 november).

Openhartig en zonder vals sentiment
Ruim tien jaar lang stelden Kim en René hun woonschip Hendrik Jan in Amsterdam open voor pubers die om wat voor reden dan ook een tijd rust en veiligheid nodig hadden. Het zijn vaak levensbepalende ervaringen voor de jongeren. Af en toe geestig en zonder vals sentiment beschrijven Kim Postma en René Wokke hun ervaringen met deze pubers. Ze sparen zichzelf niet en delen hun onzekerheden en hun onvermijdelijke fouten. Maar ook tonen ze hun onvoorwaardelijke betrokkenheid bij het welzijn van de aan hun zorg toevertrouwde kinderen. Vanuit wisselend perspectief vertellen Kim en René wat zij in crisissituaties hebben beleefd, vaak aangevuld met bespiegelingen over het nut van opvoeding, de reikwijdte van verstandige interventies en de impact van een gebroken, soms gewelddadige gezinsachtergrond.

Kim Postma en René Wokke (†2018) werkten ten tijde van de zorg voor de kinderen beiden fulltime.

Dankbaar ‘werk’
Tot hun eigen verbazing vinden ze zichzelf na tien jaar terug als het centrum van een soort extended family. Alle kinderen zijn natuurlijk uitgevlogen en inmiddels vele jaren ouder geworden, maar toch is er een vorm van verbinding gebleven. Daarmee blijkt het bijzonder dankbaar ‘werk’ geweest te zijn.

‘Terug naar Kim en René zou voor mij ideaal zijn. Maar ik ga toch niet de plaats innemen van kinderen die in nood zijn en daar naartoe moeten voor een crisis?’ Eric-Jan, een van de pleegkinderen.

Week van de Pleegzorg en overhandiging boek aan burgemeester Halsema
In de periode tussen de afronding van dit boek in juli en de publicatie ervan in oktober is René Wokke op 29 juli 2018 door een aanslag in Tadzjikistan om het leven gekomen. Het manuscript was toen al klaar.
Laat maar komen! verschijnt dus zoals gepland op 31 oktober bij de start van De Week van de Pleegzorg (31-10 t/m 7-11-2018). Op 2 november om 14.00 uur neemt Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam, het boek in ontvangst.

Laat maar komen! Crisisopvang van pleegpubers, Kim Postma & René Wokke, Uitgeverij Scriptum, 144 pagina’s, ISBN 978 94 6319 134 0, € 15,-.

 


Samenwerking Trias en Kindercentrum De Bieënkorf

In Wijhe heeft Trias binnen Kindercentrum De Bieënkorf een Dagbehandeling Jonge Kind. Francis Bruggeman is de pedagogisch medewerker van DJK KangaRoe. Op de website van de Bieënkorf licht zij de samenwerking met het kindcentrum toe:

Sommige kinderen op de opvang hebben wat meer begeleiding nodig dan de rest. Daarvoor is er een speciale groep op de Biëenkorf: KangaRoe. In dit groepje dat momenteel uit acht kinderen bestaat, worden de kinderen begeleid door Trias-medewerker Francis Bruggeman en José Middelkamp, pedagogisch medewerker van de Bieënkorf. “De KangaRoe-groep lijkt op een normale peuterwerkgroep met een dagelijkse routine,” vertelt Francis. “Maar het verschil met de andere groepen is dat elk KangaRoe-kindje zijn eigen behandelplan heeft.”

Observatie en behandeling 
De bedoeling van het groepje is om het kind, dat een bepaalde achterstand heeft, een inhaalslag te laten maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om taal, motoriek of sociale vaardigheden. Francis: “We leren de kinderen bepaalde vaardigheden aan, want het fijnste is natuurlijk als de kinderen hun achterstand inhalen. Het zijn peuters en kleuters die nog niet naar de basisschool gaan en aan de hand van observatie en behandeling bepalen we samen met de ouders welke school het beste past.”

In hetzelfde gebouw
Volgens Francis is het een groot voordeel dat de kinderen, die vanuit de reguliere groepen van de Bieënkorf zijn doorgestroomd naar KangaRoe, in hetzelfde gebouw blijven zitten. “Zo kunnen ze bij hun oude vertrouwde opvang blijven. Ze kennen het gebouw en de gezichten al en wij kennen hun vorige begeleiders van de Bieënkorf. Ook voor de ouders is het fijn dat hun kind dichtbij huis wordt behandeld. Voor de Bieënkorf zelf is het ook voordelig, want de pedagogisch medewerker van de Bieënkorf waarmee ik samenwerk, kan haar kennis en vaardigheden inzetten binnen de rest van de opvang.”

Mix met reguliere groepen
Het feit dat de KangaRoe-kinderen soms ‘gemixt’ worden met de reguliere groepen, is ook een voordeel. “Zo spelen de reguliere groepen vaak met z’n allen in een grote hal, wat voor een kind met een behandelplan soms heel veel prikkels kan geven. Door met dit kind juist te oefenen in deze situatie en hem of haar voorzichtig in dezelfde ruimte te laten spelen, kunnen we goed werken aan de doelen van het kind. En kunnen we observeren hoe hij functioneert in zo’n situatie. Het is heel zinvol dat we van deze situaties gebruik kunnen maken.”


Successen uit de zaal nemen de jongeren mee naar het leven buiten!

Al voor het negende jaar vervullen vier tot vijf Calo-studenten hun stage bij de behandelgroepen TriASScare. Hier bieden Trias en Accare gezamenlijk specialistische residentiële behandeling aan jongeren met een complexe stoornis in het Autisme Spectrum. De samenwerking tussen de behandelgroepen en de stagiaires is een win-win model: de studenten lichamelijke opvoeding van Hogeschool Windesheim doen twaalf maanden praktijkervaring op en de behandelgroepen krijgen de kans om met sport en psychomotorische therapie (PMT) te werken aan de behandeldoelen van de jongeren. Als bonus heeft de samenwerking Trias ook een aantal nieuwe collega’s opgeleverd; studenten die na het afronden van de Calo hun expertise graag verder in de jeugdhulp willen inzetten.

De studenten zijn allen eerstejaars en hebben bij aanvang van de stage zes maanden onderwijs achter de rug. Sommige van hen hebben al ervaring met lesgeven op de sportschool of kennis opgedaan in een vooropleiding in de sport. Zij kunnen meteen met de jongeren aan competenties werken. Anderen moeten er nog wat meer ingroeien. De stageperiode loopt door tot het midden van het tweede studiejaar.

Observeren

Pedagogisch medewerker Bert van Veen begeleidt de studenten. Met een studie CIOS en jarenlange ervaring als sportinstructeur bij Defensie past deze rol hem als een jas. Elke woensdagmiddag gaan de stagiaires met alle jongeren naar een sportzaal in de buurt van de behandelgroepen. Het team van pedagogisch medewerkers is er altijd bij. “Tijdens het sporten kunnen we met elkaar veel observeren.  Je ziet zoveel mooie dingen gebeuren in de zaal. Je ziet een jongere letterlijk en figuurlijk bewegen in de groep. En sommige situaties zijn best lastig om te handelen voor studenten, dan kunnen ik of mijn collega’s ingrijpen”, vertelt Bert.

Competentiegericht

De insteek van de samenwerking met de sportstudenten is competentiegericht. Dat betekent dat er in de sportzaal een directe link gelegd wordt tussen de doelen waaraan de jongeren vanuit hun behandelplan werken. “De invulling van de lessen laten we over aan de stagiaires, maar we reiken ze wel dingen aan en vragen ze bijvoorbeeld om een competentie bij een jongere te bedenken en hier in een cyclus van drie weken mee aan het werk te gaan. Vaak gaat het om competenties als samenwerken, durf, overleg, assertiviteit, doorzettingsvermogen”, licht Bert toe. “Vaardigheden waar ze in het gewone leven te kort aan komen. Communicatie is bijvoorbeeld lastig voor veel jongeren met een autismestoornis. Spelenderwijs leren we ze wat overleggen en samenwerken je kan opleveren. Bijvoorbeeld in een opdracht waarbij ze zich van de ene naar de andere kant van de zaal moeten verplaatsen zonder de grond te raken. Dit lukt alleen als je met elkaar praat en elkaar helpt.”

Link met het dagelijks leven

De studenten moedigen de jongeren aan om in de zaal dingen te doen die ze van te voren niet durfden. Met de ogen dicht touwtje springen met een groot touw, zo hoog mogelijk in de ringen schommelen, over een bewegende bank lopen zonder houvast, blind door de zaal vol obstakels bewegen. “Als het gaat om doorzettingsvermogen doen we bijvoorbeeld een circuittraining of we dagen de jongeren uit zo lang mogelijk aan ringen te blijven hangen. Na afloop bespreken we een activiteit altijd na. ‘Waarom gaf je op? Probeer eens beter te focussen en kijk wat er dan gebeurt’. Daarna proberen we een oefening nog een keer en eigenlijk zie je altijd dat het dan beter gaat. We leggen dan de link met hun dagelijkse leven en laten hen zien dat wanneer je focust de kans groter is dat je je doel behaalt. Successen uit de zaal nemen de jongeren mee naar het leven buiten de zaal.”

Meer informatie: Bert van Veen wythmenerhof@trias-groep.nl 


Onze eigen jongens zien haar echt als hun zusje! Pleegvader Bas vertelt.

Met twee gezonde kinderen (nu 7 en 10) en de wens voor een groot gezin verkenden Bas Lambers en Ester Ruijgers uit Dalfsen in eerste instantie de mogelijkheid van adoptie. Tot ze merkten dat er ook in Nederland kinderen zijn die een fijne plek nodig hebben en ze zich aanmelden voor de voorbereidingstraining voor pleegouders. Na elke cursusavond kwamen ze enthousiaster thuis. Pleegzorg past bij hen!

Goede begeleiding

Vier jaar geleden kwam hun eerste pleegkind; een jongetje van twee. Ondanks de verwachting dat dit een langdurige plaatsing zou worden, was de situatie van ouders na anderhalf jaar zodanig veranderd dat het jongetje terug naar huis ging. “Voor het kind is dat hartstikke mooi, maar wij moesten dit wel even verwerken”, vertelt pleegvader Bas. “Van te voren realiseer je niet wat voor impact dit heeft op je gezin. Gelukkig hadden wij een pleegzorgbegeleider die ons op alle fronten goed begeleidde, ook na het vertrek van ons pleegzoontje!”

Mooie samenwerking met moeder

“In de maanden die volgden zijn we zelf bewust richting onze zoontjes niet begonnen over een nieuwe plaatsing. Maar als snel vroeg de oudste wanneer er weer een pleegkindje kwam. Als een van de kinderen er niet achter zou staan, gingen we geen volgende plaatsing aan. Maar inmiddels is Joliena alweer twee jaar bij ons. Ze is bijna drie en mag bij ons opgroeien. Onze eigen jongens zien haar echt als hun zusje. Haar moeder is zich ervan bewust dat ze niet voor Joliena kan zorgen. Ze heeft zelf voor ons als pleeggezin voor haar dochter gekozen. Er is een gigantisch mooie samenwerking tussen ons!”

Pubers

“Naast de langdurige zorg voor Joliena staan we ook open voor vakantie-weekendpleegzorg van pubers. Onlangs hadden we een half jaar lang een pubermeisje in huis in aanloop naar een zelfstandige woonplek. Maar gedurende de periode dat zij bij ons was bleek haar rugzak veel voller dan gedacht en was intensievere ondersteuning nodig. Als zij thuis was blijven wonen zou dit waarschijnlijk niet gesignaleerd zijn. Nu is ze naar een goede vervolgplek. Een fijn idee dat we hieraan hebben kunnen bijdragen!”

Voor elkaar klaar staan

Ik vind het mooi om te zien wat onze eigen kinderen van pleegzorg oppikken; dat niet alle kinderen een zelfde fijne jeugd hebben en dat je voor elkaar klaar staat. Vorig jaar rond kerst verwoordde onze zoon het treffend; ‘Voor pleegkinderen zijn wij eigenlijk de herberg uit het kerstverhaal.’”

* Joliena is niet de echte naam en de gebruikte foto is een stockfoto.

Informatieavond pleegzorg

Dinsdag 9 oktober is er in het gemeentehuis van Dalfsen een vrijblijvende informatieavond voor potentiële pleegouders. Wees welkom en meld je HIER aan voor de bijeenkomst.


#ikzorg met hulpverleners Trias

Het ministerie van VWS start 1 november met de landelijke publiekscampagne Ik zorg. / #ikzorg. In de campagne staan mensen centraal die werken in de sector zorg en welzijn, waaronder Jamile, Carolien en Celine van Trias … Hun portretten plus verhalen zijn vanaf 1 november te vinden  op de website www.ontdekdezorg.nl  Hier alvast een voorproefje met Jamile in de hoofdrol: 

Jamile, pedagogisch personal coach

Ik werk met 12– tot 18jarigen en probeer ze letterlijk en figuurlijk weer in beweging te krijgen. Veel jongeren houden niet van praten en schieten al helemaal in de weerstand als ze bepaalde dingen moeten doen. Bij mij in de sportschool hebben ze veel meer vrijheid. Ze kloppen zelf bij mij aan met een hulpvraag. Vanuit daar kijk ik hoe ik ze verder kan helpen.
Ik ben zowel pedagogisch medewerker als sportcoach. Deze twee beroepen combineer ik in de sportschool zodat jongeren in hun fysieke kracht gezet worden en zelfvertrouwen opbouwen. Een mooi voorbeeld is een jongen die bij mij aanklopte met flink overgewicht. Hij kon nog geen vijf minuten bewegen en was onzeker. Inmiddels is hij 30 kilo afgevallen en één bonk spieren. Zo’n transformatie doet wat met je als mens. We hebben hem letterlijk en figuurlijk zien groeien.