Successen uit de zaal nemen de jongeren mee naar het leven buiten!

Al voor het negende jaar vervullen vier tot vijf Calo-studenten hun stage bij de behandelgroepen TriASScare. Hier bieden Trias en Accare gezamenlijk specialistische residentiële behandeling aan jongeren met een complexe stoornis in het Autisme Spectrum. De samenwerking tussen de behandelgroepen en de stagiaires is een win-win model: de studenten lichamelijke opvoeding van Hogeschool Windesheim doen twaalf maanden praktijkervaring op en de behandelgroepen krijgen de kans om met sport en psychomotorische therapie (PMT) te werken aan de behandeldoelen van de jongeren. Als bonus heeft de samenwerking Trias ook een aantal nieuwe collega’s opgeleverd; studenten die na het afronden van de Calo hun expertise graag verder in de jeugdhulp willen inzetten.

De studenten zijn allen eerstejaars en hebben bij aanvang van de stage zes maanden onderwijs achter de rug. Sommige van hen hebben al ervaring met lesgeven op de sportschool of kennis opgedaan in een vooropleiding in de sport. Zij kunnen meteen met de jongeren aan competenties werken. Anderen moeten er nog wat meer ingroeien. De stageperiode loopt door tot het midden van het tweede studiejaar.

Observeren

Pedagogisch medewerker Bert van Veen begeleidt de studenten. Met een studie CIOS en jarenlange ervaring als sportinstructeur bij Defensie past deze rol hem als een jas. Elke woensdagmiddag gaan de stagiaires met alle jongeren naar een sportzaal in de buurt van de behandelgroepen. Het team van pedagogisch medewerkers is er altijd bij. “Tijdens het sporten kunnen we met elkaar veel observeren.  Je ziet zoveel mooie dingen gebeuren in de zaal. Je ziet een jongere letterlijk en figuurlijk bewegen in de groep. En sommige situaties zijn best lastig om te handelen voor studenten, dan kunnen ik of mijn collega’s ingrijpen”, vertelt Bert.

Competentiegericht

De insteek van de samenwerking met de sportstudenten is competentiegericht. Dat betekent dat er in de sportzaal een directe link gelegd wordt tussen de doelen waaraan de jongeren vanuit hun behandelplan werken. “De invulling van de lessen laten we over aan de stagiaires, maar we reiken ze wel dingen aan en vragen ze bijvoorbeeld om een competentie bij een jongere te bedenken en hier in een cyclus van drie weken mee aan het werk te gaan. Vaak gaat het om competenties als samenwerken, durf, overleg, assertiviteit, doorzettingsvermogen”, licht Bert toe. “Vaardigheden waar ze in het gewone leven te kort aan komen. Communicatie is bijvoorbeeld lastig voor veel jongeren met een autismestoornis. Spelenderwijs leren we ze wat overleggen en samenwerken je kan opleveren. Bijvoorbeeld in een opdracht waarbij ze zich van de ene naar de andere kant van de zaal moeten verplaatsen zonder de grond te raken. Dit lukt alleen als je met elkaar praat en elkaar helpt.”

Link met het dagelijks leven

De studenten moedigen de jongeren aan om in de zaal dingen te doen die ze van te voren niet durfden. Met de ogen dicht touwtje springen met een groot touw, zo hoog mogelijk in de ringen schommelen, over een bewegende bank lopen zonder houvast, blind door de zaal vol obstakels bewegen. “Als het gaat om doorzettingsvermogen doen we bijvoorbeeld een circuittraining of we dagen de jongeren uit zo lang mogelijk aan ringen te blijven hangen. Na afloop bespreken we een activiteit altijd na. ‘Waarom gaf je op? Probeer eens beter te focussen en kijk wat er dan gebeurt’. Daarna proberen we een oefening nog een keer en eigenlijk zie je altijd dat het dan beter gaat. We leggen dan de link met hun dagelijkse leven en laten hen zien dat wanneer je focust de kans groter is dat je je doel behaalt. Successen uit de zaal nemen de jongeren mee naar het leven buiten de zaal.”

Meer informatie: Bert van Veen wythmenerhof@trias-groep.nl 


Onze eigen jongens zien haar echt als hun zusje! Pleegvader Bas vertelt.

Met twee gezonde kinderen (nu 7 en 10) en de wens voor een groot gezin verkenden Bas Lambers en Ester Ruijgers uit Dalfsen in eerste instantie de mogelijkheid van adoptie. Tot ze merkten dat er ook in Nederland kinderen zijn die een fijne plek nodig hebben en ze zich aanmelden voor de voorbereidingstraining voor pleegouders. Na elke cursusavond kwamen ze enthousiaster thuis. Pleegzorg past bij hen!

Goede begeleiding

Vier jaar geleden kwam hun eerste pleegkind; een jongetje van twee. Ondanks de verwachting dat dit een langdurige plaatsing zou worden, was de situatie van ouders na anderhalf jaar zodanig veranderd dat het jongetje terug naar huis ging. “Voor het kind is dat hartstikke mooi, maar wij moesten dit wel even verwerken”, vertelt pleegvader Bas. “Van te voren realiseer je niet wat voor impact dit heeft op je gezin. Gelukkig hadden wij een pleegzorgbegeleider die ons op alle fronten goed begeleidde, ook na het vertrek van ons pleegzoontje!”

Mooie samenwerking met moeder

“In de maanden die volgden zijn we zelf bewust richting onze zoontjes niet begonnen over een nieuwe plaatsing. Maar als snel vroeg de oudste wanneer er weer een pleegkindje kwam. Als een van de kinderen er niet achter zou staan, gingen we geen volgende plaatsing aan. Maar inmiddels is Joliena alweer twee jaar bij ons. Ze is bijna drie en mag bij ons opgroeien. Onze eigen jongens zien haar echt als hun zusje. Haar moeder is zich ervan bewust dat ze niet voor Joliena kan zorgen. Ze heeft zelf voor ons als pleeggezin voor haar dochter gekozen. Er is een gigantisch mooie samenwerking tussen ons!”

Pubers

“Naast de langdurige zorg voor Joliena staan we ook open voor vakantie-weekendpleegzorg van pubers. Onlangs hadden we een half jaar lang een pubermeisje in huis in aanloop naar een zelfstandige woonplek. Maar gedurende de periode dat zij bij ons was bleek haar rugzak veel voller dan gedacht en was intensievere ondersteuning nodig. Als zij thuis was blijven wonen zou dit waarschijnlijk niet gesignaleerd zijn. Nu is ze naar een goede vervolgplek. Een fijn idee dat we hieraan hebben kunnen bijdragen!”

Voor elkaar klaar staan

Ik vind het mooi om te zien wat onze eigen kinderen van pleegzorg oppikken; dat niet alle kinderen een zelfde fijne jeugd hebben en dat je voor elkaar klaar staat. Vorig jaar rond kerst verwoordde onze zoon het treffend; ‘Voor pleegkinderen zijn wij eigenlijk de herberg uit het kerstverhaal.’”

* Joliena is niet de echte naam en de gebruikte foto is een stockfoto.

Informatieavond pleegzorg

Dinsdag 9 oktober is er in het gemeentehuis van Dalfsen een vrijblijvende informatieavond voor potentiële pleegouders. Wees welkom en meld je HIER aan voor de bijeenkomst.


#ikzorg met hulpverleners Trias

Het ministerie van VWS start 1 november met de landelijke publiekscampagne #ikzorg. In de campagne staan mensen centraal die werken in de sector zorg en welzijn, waaronder Jamile, Carolien en Celine van Trias … Hun portretten plus de korte interviews die met hen gehouden zijn komen op een nog te ontsluiten website van VWS. Hier alvast een voorproefje met Jamile in de hoofdrol: 

Jamile, pedagogisch personal coach

Ik werk met 12– tot 18jarigen en probeer ze letterlijk en figuurlijk weer in beweging te krijgen. Veel jongeren houden niet van praten en schieten al helemaal in de weerstand als ze bepaalde dingen moeten doen. Bij mij in de sportschool hebben ze veel meer vrijheid. Ze kloppen zelf bij mij aan met een hulpvraag. Vanuit daar kijk ik hoe ik ze verder kan helpen.
Ik ben zowel pedagogisch medewerker als sportcoach. Deze twee beroepen combineer ik in de sportschool zodat jongeren in hun fysieke kracht gezet worden en zelfvertrouwen opbouwen. Een mooi voorbeeld is een jongen die bij mij aanklopte met flink overgewicht. Hij kon nog geen vijf minuten bewegen en was onzeker. Inmiddels is hij 30 kilo afgevallen en één bonk spieren. Zo’n transformatie doet wat met je als mens. We hebben hem letterlijk en figuurlijk zien groeien.


Campagne #ikzorg met hulpverleners Trias

Het ministerie van VWS start in september met de landelijke publiekscampagne #ikzorg. In de campagne staan mensen centraal die werken in de sector zorg en welzijn, waaronder Carolien, Celine en Jamile van Trias … Hun portretten plus de korte interviews die met hen gehouden zijn komen op een nog te ontsluiten website van VWS. Hier alvast een voorproefje met Carolien in de hoofdrol: 


Carolien FOTO

Ambulant hulpverlener met Topdog

‘Ik heb eigenlijk twee functies: als ambulant hulpverlener maak ik deel uit van een team dat jongeren ondersteunt als ze uit dreigen te vallen op school door stress. We zien jongeren die last hebben van ADHD, maar ook drugsproblemen of niet meer thuis kunnen wonen vanwege allerlei problemen. Mijn taak is om de juiste hulp voor hen in te schakelen. Soms kan ik ze zelf helpen, bijvoorbeeld door meer structuur aan te brengen in iemands leven of financiën op orde te brengen. Sommige jongeren hebben al heel veel aan een luisterend oor.

Zo heb ik veel met een jongen gepraat die last had van depressies. Eerder was hij daarvoor ook opgenomen. In die kliniek kreeg hij een groepje vrienden, die er inmiddels allemaal niet meer zijn. Hij vond het heel prettig om daarover te kunnen praten met mij, want dat kon hij niet met zijn familie en vrienden.

Daarnaast werk ik veel met twee honden. Door een dier in de gesprekken te betrekken maak je alles wat luchtiger en niet zo formeel. Ik werk met de methodiek Top Dog en kan jongeren meer leren over hun lichaamshouding en communicatiestijl.

Zo help ik iemand met een laag niveau. Als we samen met de hond lopen, geeft hij het dier allerlei verschillende commando’s achter elkaar: zit, lig, loop… Die hond raakt natuurlijk helemaal in de war. Ik leer hem maar één commando te geven. Op deze manier leerde hij uiteindelijk beter te communiceren op school en in het gezin. Dat is natuurlijk heel leuk.’

Meer informatie? l.dijkmans@trias-groep.nl (Louise Dijkmans)


‘Preventief handelen verkleint risico op SGOG’

In opdracht van Trias heeft Simone Kuchenbecker in 2018 onderzoek gedaan naar het handelen van pleegzorgwerkers bij seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGOG) in pleeggezinnen. De aanleiding van dit onderzoek zijn de landelijk stijgende cijfers van SGOG binnen pleegzorg en de handelingsverlegenheid van professionals omtrent dit onderwerp. Het doel van dit onderzoek is om de handelingsverlegenheid van de pleegzorgwerker rondom deze thema’s te verminderen en het risico op SGOG te verkleinen.

De onderzoeksvraag die de leidraad is van het onderzoek luidt: ‘Hoe kunnen pleegzorgwerkers van Trias Pleegzorg hun handelen in de begeleiding bij (vermoedens van) seksueel grensoverschrijdend gedrag in pleeggezinnen verbeteren?’ Om antwoord te geven op de onderzoeksvraag is literatuur- en praktijkonderzoek gedaan.

Naar aanleiding van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de verbeteringen liggen in het preventief handelen, het implementeren van een helder beleid, duidelijke richtlijnen en voldoende een-op-een contact met de jeugdige. Ook op het gebied van kennis en vaardigheden liggen verbeteringsmogelijkheden. Wanneer aan de bovenstaande thema’s wordt gewerkt, kunnen de pleegzorgwerkers hun handelen verbeteren in de begeleiding bij SGOG.

Voor het vervolg en meer informatie: Eric Lieben (038) 456 46 00.


Onderzoek seksuele ontwikkeling en opvoeding / LOVE-regels

Jonna de Jongh (4e jaars student Pedagogiek) heeft onderzoek gedaan bij Trias Pleegzorg naar het thema Seksuele ontwikkeling en seksuele opvoeding. Op 27 juni presenteerde zij haar onderzoek voor medewerkers van Trias Pleegzorg. Ze onderzocht welke behoeften of wensen pleegouders hebben omtrent het thema seksuele ontwikkeling van hun pleegkind. Er was ook aandacht voor seksueel overschrijdend gedrag. 

In het onderzoek beschrijft Jonna de LOVE regels die gebruikt kunnen worden bij seksuele opvoeding.
L = Let op je puber. O = Open communicatie. V = Voorbeeld geven. E = Er zijn voor je puber.

L – Welke vrienden heeft je pleegkind? Welke internetsites kijkt je kind? Is jouw kind verlief?

O – Start een gesprek op een geschikt moment. Stel open vragen.

V – Laat als ouders in een pleeggezin zien dat partners liefdevol met elkaar omgaan.

E – Besteedt echte aandacht aan je pleegkind. Laat merken dat je er bent als je kind je nodig heeft.

Een aantal resultaten:

  • In totaal hebben er 62 pleegouders (12%), deelgenomen aan een online onderzoek.
  • Bij 78% van de pleegouders is tijdens de opleiding (STAP) gesproken over SGOG.
  • 76% geeft aan dat ze informatie makkelijk kunnen vinden bij Trias  seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGOG).
  • 42% kent het vlaggensysteem (het vlaggensysteem is een hulpmiddel of methode om seksueel gedrag te duiden als passend in normale ontwikkeling en passend bij de leeftijd, of om het te duiden als afwijkend).
  • 10% van de pleegouders heeft wel eens gewerkt met het vlaggensysteem.
  • 44% geeft aan dat SGOG geen rol speelt in de plaatsing.
  • 56% heeft een behoefte aan kennis op het gebied van SGOG, behoefte aan (digitale) informatie.
  • 40% heeft behoefte aan het ontwikkelen van vaardigheden op het gebied van SGOG. Met name behoefte om te kunnen signaleren. Eventueel behoefte aan hulpmiddelen om met een jongere in gesprek te gaan.
  • 25% heeft geen behoefte aan gesprekken over SGOG tijdens de pleegouder ondersteuning (evaluaties of huisbezoeken).
  • 34% heeft behoefte aan extra informatie over seksuele ontwikkeling.

Jonna de Jongh doet een aantal aanbevelingen aan de pleegzorg om de ondersteuning op het gebied van seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag te verbeteren. Trias Pleegzorg gaat naar deze aanbevelingen kijken en verbeterpunten vaststellen.

Verhalen over de zorg voor pleegkinderen met
een verleden van seksueel misbruik:

Het schip niet willen laten stranden

Meer informatie: Eric Lieben, Trias